Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: 50221

Energie in beweging – van zaaien naar oogsten

In 2013 heeft de Noordelijke Rekenkamer haar rapporten over het onderzoek Energie in beweging, van zaaien naar oogsten gepubliceerd. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven.
Een van de belangrijkste conclusies uit de rapporten is dat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen voor de periode 2007-2011 een ambitieuze doelstelling hebben geformuleerd voor de opwekking van duurzame energie. De beoogde versnelling in de overgang van fossiele naar duurzame energie is uitgebleven. Door maatschappelijke weerstanden en praktische uitvoeringsproblemen komen de projecten moeizaam van de grond en in verschillende gevallen worden de biovergisters na de installatie niet in productie genomen.

Energie in beweging – van zaaien naar oogsten

In 2013 heeft de Noordelijke Rekenkamer haar rapporten over het onderzoek Energie in beweging, van zaaien naar oogsten gepubliceerd. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven.
Een van de belangrijkste conclusies uit de rapporten is dat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen voor de periode 2007-2011 een ambitieuze doelstelling hebben geformuleerd voor de opwekking van duurzame energie. De beoogde versnelling in de overgang van fossiele naar duurzame energie is uitgebleven. Door maatschappelijke weerstanden en praktische uitvoeringsproblemen komen de projecten moeizaam van de grond en in verschillende gevallen worden de biovergisters na de installatie niet in productie genomen.

Energie in beweging – van zaaien naar oogsten

In 2013 heeft de Noordelijke Rekenkamer haar rapporten over het onderzoek Energie in beweging, van zaaien naar oogsten gepubliceerd. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven.
Een van de belangrijkste conclusies uit de rapporten is dat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen voor de periode 2007-2011 een ambitieuze doelstelling hebben geformuleerd voor de opwekking van duurzame energie. De beoogde versnelling in de overgang van fossiele naar duurzame energie is uitgebleven. Door maatschappelijke weerstanden en praktische uitvoeringsproblemen komen de projecten moeizaam van de grond en in verschillende gevallen worden de biovergisters na de installatie niet in productie genomen.

Energie in beweging – van zaaien naar oogsten

In 2013 heeft de Noordelijke Rekenkamer haar rapporten over het onderzoek Energie in beweging, van zaaien naar oogsten gepubliceerd. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven.
Een van de belangrijkste conclusies uit de rapporten is dat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen voor de periode 2007-2011 een ambitieuze doelstelling hebben geformuleerd voor de opwekking van duurzame energie. De beoogde versnelling in de overgang van fossiele naar duurzame energie is uitgebleven. Door maatschappelijke weerstanden en praktische uitvoeringsproblemen komen de projecten moeizaam van de grond en in verschillende gevallen worden de biovergisters na de installatie niet in productie genomen.

Naar verantwoorde grondverwerving

De Rekenkamer komt tot de conclusie dat de provincie Drenthe bewust geen actief grondbeleid voert en de risico’s beheerst. De provincie Groningen heeft een sober aankoopbeleid en verwerft, evenals Drenthe, grond doelmatig (tegen marktprijzen) en neemt geen onnodig risico. De grondruiltransacties van de provincie Groningen brengen wel enig risico met zich mee. De provincie Fryslân voert een actief grondverwervingbeleid. De Rekenkamer is van mening dat dit niet doelmatig gebeurt en de nodige risico’s met zich brengt. Er wordt meer grond aangekocht dan strikt nodig is voor het verwezenlijken van de ruimtelijke doelen. Regelmatig worden boven marktconforme vergoedingen geboden.

Naar verantwoorde grondverwerving

De Rekenkamer komt tot de conclusie dat de provincie Drenthe bewust geen actief grondbeleid voert en de risico’s beheerst. De provincie Groningen heeft een sober aankoopbeleid en verwerft, evenals Drenthe, grond doelmatig (tegen marktprijzen) en neemt geen onnodig risico. De grondruiltransacties van de provincie Groningen brengen wel enig risico met zich mee. De provincie Fryslân voert een actief grondverwervingbeleid. De Rekenkamer is van mening dat dit niet doelmatig gebeurt en de nodige risico’s met zich brengt. Er wordt meer grond aangekocht dan strikt nodig is voor het verwezenlijken van de ruimtelijke doelen. Regelmatig worden boven marktconforme vergoedingen geboden.

Naar verantwoorde grondverwerving

De Rekenkamer komt tot de conclusie dat de provincie Drenthe bewust geen actief grondbeleid voert en de risico’s beheerst. De provincie Groningen heeft een sober aankoopbeleid en verwerft, evenals Drenthe, grond doelmatig (tegen marktprijzen) en neemt geen onnodig risico. De grondruiltransacties van de provincie Groningen brengen wel enig risico met zich mee. De provincie Fryslân voert een actief grondverwervingbeleid. De Rekenkamer is van mening dat dit niet doelmatig gebeurt en de nodige risico’s met zich brengt. Er wordt meer grond aangekocht dan strikt nodig is voor het verwezenlijken van de ruimtelijke doelen. Regelmatig worden boven marktconforme vergoedingen geboden.

Decentralisatie Waddenfonds

In 2012 heeft de Noordelijke Rekenkamer samen met de Algemene Rekenkamer en de Randstedelijke Rekenkamer een beleidsbrief opgesteld. In deze brief worden lessen getrokken uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar het beheer van het Waddenfonds door het ministerie. Wat werkt wel en wat werkt niet.
In het onderzoek is gekeken naar de wijze waarop het Rijk tot januari 2012 uitvoering heeft gegeven aan het Waddenfonds. In de beleidsbrief zijn aanbevelingen opgenomen aan de Provinciale Staten van Fryslân en Groningen voor de volgende uitvoeringsfase van het Waddenfonds.

Een schone bodem in zicht?

De Rekenkamer heeft onderzocht of de provincies een volledig beeld hebben van ernstige bodemverontreinigingen die risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Ook is bezien of de sanering en/of beheersing van deze spoedlocaties tijdig is ingezet. Daarbij heeft de Rekenkamer gekeken hoe de provincie de zogeheten humane spoedlocaties heeft geïdentificeerd en aangepakt.
Drenthe heeft, in tegenstelling tot Fryslân en Groningen, bij alle humane spoedlocaties het onderzoek afgerond. Uit de vergelijking blijkt dat Provinciale Staten van Drenthe en Groningen beter worden geïnformeerd over de uitvoering dan die van Fryslân en zo beter in staat zijn hun controlerende rol uit te voeren.

Een schone bodem in zicht?

De Rekenkamer heeft onderzocht of de provincies een volledig beeld hebben van ernstige bodemverontreinigingen die risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Ook is bezien of de sanering en/of beheersing van deze spoedlocaties tijdig is ingezet. Daarbij heeft de Rekenkamer gekeken hoe de provincie de zogeheten humane spoedlocaties heeft geïdentificeerd en aangepakt.
Drenthe heeft, in tegenstelling tot Fryslân en Groningen, bij alle humane spoedlocaties het onderzoek afgerond. Uit de vergelijking blijkt dat Provinciale Staten van Drenthe en Groningen beter worden geïnformeerd over de uitvoering dan die van Fryslân en zo beter in staat zijn hun controlerende rol uit te voeren.

Een schone bodem in zicht?

De Rekenkamer heeft onderzocht of de provincies een volledig beeld hebben van ernstige bodemverontreinigingen die risico’s voor de gezondheid met zich meebrengen. Ook is bezien of de sanering en/of beheersing van deze spoedlocaties tijdig is ingezet. Daarbij heeft de Rekenkamer gekeken hoe de provincie de zogeheten humane spoedlocaties heeft geïdentificeerd en aangepakt.
Drenthe heeft, in tegenstelling tot Fryslân en Groningen, bij alle humane spoedlocaties het onderzoek afgerond. Uit de vergelijking blijkt dat Provinciale Staten van Drenthe en Groningen beter worden geïnformeerd over de uitvoering dan die van Fryslân en zo beter in staat zijn hun controlerende rol uit te voeren.

De ontwikkeling van de jeugdzorg – terugblikonderzoek

Wat is de doorwerking van de aanbevelingen die de Noordelijke Rekenkamer aan de provinciebesturen geeft? De Noordelijke Rekenkamer signaleert in 2006 bij haar onderzoek dat het aanbod van jeugdzorg niet is afgestemd op de behoefte aan jeugdzorg. Vijf jaar na dato bekijkt de Rekenkamer in een nieuw onderzoek wat de provincies met de aanbevelingen hebben gedaan en wat de huidige stand van zaken is.
De rekenkamer concludeert dat de jeugdzorg in Drenthe over de hele linie is verbeterd. Ook in Fryslân zijn forse verbeteringen doorgevoerd en de jeugdzorg in Groningen staat er nu beter voor dan vijf jaar daarvoor.

De ontwikkeling van de jeugdzorg – terugblikonderzoek

Wat is de doorwerking van de aanbevelingen die de Noordelijke Rekenkamer aan de provinciebesturen geeft? De Noordelijke Rekenkamer signaleert in 2006 bij haar onderzoek dat het aanbod van jeugdzorg niet is afgestemd op de behoefte aan jeugdzorg. Vijf jaar na dato bekijkt de Rekenkamer in een nieuw onderzoek wat de provincies met de aanbevelingen hebben gedaan en wat de huidige stand van zaken is.
De rekenkamer concludeert dat de jeugdzorg in Drenthe over de hele linie is verbeterd. Ook in Fryslân zijn forse verbeteringen doorgevoerd en de jeugdzorg in Groningen staat er nu beter voor dan vijf jaar daarvoor.

De ontwikkeling van de jeugdzorg – terugblikonderzoek

Wat is de doorwerking van de aanbevelingen die de Noordelijke Rekenkamer aan de provinciebesturen geeft? De Noordelijke Rekenkamer signaleert in 2006 bij haar onderzoek dat het aanbod van jeugdzorg niet is afgestemd op de behoefte aan jeugdzorg. Vijf jaar na dato bekijkt de Rekenkamer in een nieuw onderzoek wat de provincies met de aanbevelingen hebben gedaan en wat de huidige stand van zaken is.
De rekenkamer concludeert dat de jeugdzorg in Drenthe over de hele linie is verbeterd. Ook in Fryslân zijn forse verbeteringen doorgevoerd en de jeugdzorg in Groningen staat er nu beter voor dan vijf jaar daarvoor.

De sociaal economische vitalisering van het platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2010 en 2011 haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid. De rol van de bewoners(organisaties) en de gebiedsorganisaties is beperkt.

De sociaal economische vitalisering van het platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2010 en 2011 haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid. De rol van de bewoners(organisaties) en de gebiedsorganisaties is beperkt.

De sociaal economische vitalisering van het platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2010 en 2011 haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid. De rol van de bewoners(organisaties) en de gebiedsorganisaties is beperkt.

De sociaal economische vitalisering van het Groningse platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland. De Rekenkamer gaat in op het toenemend belang dat de provincie en andere overheden (EU) toekennen aan de leefbaarheid en werkgelegenheid in het buitengebied.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid.

De sociaal economische vitalisering van het Drentse platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland. De Rekenkamer gaat in op het toenemend belang dat de provincie en andere overheden (EU) toekennen aan de leefbaarheid en werkgelegenheid in het buitengebied.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid.

De sociaal economische vitalisering van het Friese platteland

De Noordelijke Rekenkamer publiceert haar rapporten over het onderzoek naar de door de provincies verstrekte subsidies voor het verhogen van de leefbaarheid en werkgelegenheid op het noordelijke platteland. De Rekenkamer gaat in op het toenemend belang dat de provincie en andere overheden (EU) toekennen aan de leefbaarheid en werkgelegenheid in het buitengebied.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de subsidie regelmatig niet daar terecht komt waar dit het meest nodig is. Daarnaast subsidiëren de provincies relatief weinig projecten die bedoeld zijn voor verbreding van de plattelandseconomie. Het accent ligt meer op leefbaarheid dan op het scheppen van werkgelegenheid.

Rapport van bevindingen Blauwestad

Dit rapport van bevindingen Blauwestad bevat alle feiten waarop het bestuurlijke rapport op is gebaseerd en onderzoekt in hoeverre heeft de gekozen PPS-constructie heeft bijgedragen aan het realiseren van hetgeen met het project Blauwestad wordt beoogd. In afgeleide daarvan is gekeken in hoeverre Gedeputeerde Staten in staat zijn geweest het publieke belang te waarborgen en zij door de (mate en wijze van) sturing en regievoering hun verantwoordelijkheid voor het project hebben kunnen waarmaken. Zijn Provinciale Staten in staat geweest het publieke belang te waarborgen en hebben zijn hun controlerende taak kunnen uitoefenen? Het rapport is opgedeeld in de deelfases die in dit project te onderscheiden zijn geweest. (zie ook eindrapport)

Eindrapport Blauwestad

De Rekenkamer is dit onderzoek gestart op verzoek van Provinciale Staten van Groningen. Het samenwerkingsproject is in 2001 opgezet om de sociaal-economische vitaliteit van de Oldambt regio te versterken door grootschalige gebiedsverandering en woningbouw. De geplande gebiedsverandering is zonder grote overschrijdingen in tijd en geld gerealiseerd. De woningbouw en –verkoop zijn daarentegen goeddeels stilgevallen. (zie ook rapport van bevindingen)
De Noordelijke Rekenkamer komt in haar rapport tot de conclusie dat de provincie weinig greep heeft op de projectorganisatie. De beëindiging van de PPS heeft geresulteerd in een afboeking op de provinciale balans van bijna € 29 miljoen.

Aanbestedingen openbaar vervoer in Fryslân

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2009 de resultaten van haar onderzoek naar de aanbesteding van het openbaar vervoer in de provincie Fryslân. De Rekenkamer heeft dit onderzoek op verzoek van Provinciale Staten uitgevoerd. De praktijk van aanbesteding van het openbaar vervoer in de periode 2005-2008 wordt in kaart gebracht en beoordeeld.
De Noordelijke Rekenkamer constateert dat de vier onderzochte aanbestedingen op tijd en binnen het beschikbare budget zijn gerealiseerd. Wel vindt de Rekenkamer dat de provincie Fryslân duidelijker moet zijn in haar keuzes en meer verantwoordelijkheid moet nemen bij het verwezenlijken van de gestelde vervoersdoelen.

Bedrijventerreinen en duurzaam ruimtegebruik

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2009 de resultaten van haar onderzoek naar de maatregelen die de drie Noordelijke provincies in de periode 2000-2008 nemen, in het belang van een duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bestaande bedrijventerreinen worden nog onvoldoende gesaneerd en heringericht. De Rekenkamer adviseert de provincie Drenthe en de provincie Fryslân om een effectievere samenwerking te organiseren met de gemeenten om zo de uitgangspunten van duurzaam ruimtegebruik bij bedrijventerreinen beter te realiseren. Aan de provincie Groningen beveelt de Noordelijke Rekenkamer aan om de provinciale regels en de uitvoering van het beleid aan te passen.

Bedrijventerreinen en duurzaam ruimtegebruik

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2009 de resultaten van haar onderzoek naar de maatregelen die de drie Noordelijke provincies in de periode 2000-2008 nemen, in het belang van een duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bestaande bedrijventerreinen worden nog onvoldoende gesaneerd en heringericht. De Rekenkamer adviseert de provincie Drenthe en de provincie Fryslân om een effectievere samenwerking te organiseren met de gemeenten om zo de uitgangspunten van duurzaam ruimtegebruik bij bedrijventerreinen beter te realiseren. Aan de provincie Groningen beveelt de Noordelijke Rekenkamer aan om de provinciale regels en de uitvoering van het beleid aan te passen.

Bedrijventerreinen en duurzaam ruimtegebruik

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2009 de resultaten van haar onderzoek naar de maatregelen die de drie Noordelijke provincies in de periode 2000-2008 nemen, in het belang van een duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. Bestaande bedrijventerreinen worden nog onvoldoende gesaneerd en heringericht. De Rekenkamer adviseert de provincie Drenthe en de provincie Fryslân om een effectievere samenwerking te organiseren met de gemeenten om zo de uitgangspunten van duurzaam ruimtegebruik bij bedrijventerreinen beter te realiseren. Aan de provincie Groningen beveelt de Noordelijke Rekenkamer aan om de provinciale regels en de uitvoering van het beleid aan te passen.

Inkoop bij de provincie Drenthe (rapport van Bevindingen)

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2008 de resultaten van haar onderzoek naar het inkoopbeleid van de provincie Drenthe. De Rekenkamer heeft dit onderzoek gestart op suggestie van Provinciale Staten. Meer specifiek is onderzoek gedaan naar of de modernisering van de inkoop op koers ligt en of de provincie zicht heeft op de resultaten.
De Noordelijke Rekenkamer is positief over een aantal maatregelen die de provincie heeft ingezet om de inkoop te verbeteren. De Rekenkamer acht het echter niet waarschijnlijk dat de huidige praktijk leidt tot een meer doelmatige inkoop. De Rekenkamer beveelt aan om de inkoopfunctie verder te professionaliseren.

Inkoop bij de provincie Drenthe (eindrapport)

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2008 de resultaten van haar onderzoek naar het inkoopbeleid van de provincie Drenthe. De Rekenkamer heeft dit onderzoek gestart op suggestie van Provinciale Staten. Het project inkoop is nader bekeken. Meer specifiek is onderzoek gedaan naar of de modernisering van de inkoop op koers ligt en of de provincie zicht heeft op de resultaten.
De Noordelijke Rekenkamer is positief over een aantal maatregelen die de provincie heeft ingezet. De Rekenkamer acht het echter niet waarschijnlijk dat de huidige praktijk leidt tot een meer doelmatige inkoop. De Rekenkamer beveelt aan om de inkoopfunctie verder te professionaliseren.

Cultuurbeleid

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2008 de resultaten van haar onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het cultuurbeleid van de drie noordelijke provincies. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven. De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar alle door de provincies in 2006 verstrekte cultuursubsidies op het gebied van musea, podiumkunsten en festivals.
De Rekenkamer heeft de vraag voorgelegd wat de gesubsidieerde culturele activiteiten opleveren en wat deze activiteiten bijdragen aan het bereiken van de provinciale doelen op dit culturele beleidsterrein. Alle drie provincies blijken onvoldoende gegevens te hebben om deze vragen te kunnen beantwoorden.

Cultuurbeleid

De Noordelijke Rekenkamer publiceert in 2008 de resultaten van haar onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het cultuurbeleid van de drie noordelijke provincies. De onderzoeksresultaten zijn in drie afzonderlijke rapporten weergegeven. De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar alle door de provincies in 2006 verstrekte cultuursubsidies op het gebied van musea, podiumkunsten en festivals.
De Rekenkamer heeft de vraag voorgelegd wat de gesubsidieerde culturele activiteiten opleveren en wat deze activiteiten bijdragen aan het bereiken van de provinciale doelen op dit culturele beleidsterrein. Alle drie provincies blijken onvoldoende gegevens te hebben om deze vragen te kunnen beantwoorden.