Overslaan en naar de inhoud gaan

Publicatie metasynthese decentralisaties en meta-analyse Participatiewet

Gepubliceerd op:
woensdag 18-03-2026
Gepubliceerd door:
Secretariaat

Publicatie metasynthese decentralisaties en meta-analyse Participatiewet

Tien jaar na de decentralisaties blikt de Vereniging van Rekenkamers met de Metasynthese decentralisaties Sociaal Domein terug op een decennium aan lokale rekenkameronderzoeken binnen het Sociaal Domein. Dit rapport biedt een overkoepelende analyse van de meta-analyses Jeugdwet, Wmo, Participatiewet en Schuldhulpverlening, en geeft inzicht in de overeenkomsten en verschillen tussen de rekenkameronderzoeken naar deze onderwerpen. Wat kan hiervan geleerd worden?

De metasynthese legt een aantal structurele patronen bloot in de conclusies en aanbevelingen van deze onderzoeken. Beleid en doelstellingen zijn onvoldoende concreet en SMART geformuleerd, wat effectieve monitoring en controle door de raad bemoeilijkt. Dit past bij het structurele knelpunt op het gebied van informatievoorziening aan de raad, waarbij zowel een rol voor het college als voor de raad zelf is weggelegd. Daarnaast is het bereiken van kwetsbare doelgroepen een uitdaging, evenals de hoge werkdruk, administratieve lasten en personeelskrapte. De beoogde transformatiedoelen, zoals ontschotting en integrale hulpverlening, worden veelal niet of slechts ten dele bereikt blijkt uit de meta-analyses.

Binnen Wmo en Jeugdhulp komen sterk stijgende kosten en het gebrek aan financiële grip ook terug als dominant thema’s, evenals het gebrek aan politiek-bestuurlijke prioriteit voor het onderwerp zorgfraude in de beperkte hoeveelheid onderzoeken die hiernaar zijn gedaan. In de aanbevelingen van onderzoeken binnen Jeugdhulp en Schuldhulpverlening worden preventie en vroegsignalering aangemerkt als belangrijke potentiële succesfactoren.

Onderwerpen die vaker onderzocht mogen worden zijn de samenhang en integraliteit van beleid binnen het Sociaal Domein, informatievoorziening en de rol van de raad en het college daarin, en de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. Daarnaast is meer onderzoek nodig dat start bij de ervaringen van inwoners binnen het Sociaal Domein van de gemeente (bottom-up) in plaats van bij het beleidskader. Zo sluit onderzoek beter aan bij de dagelijkse praktijk van de inwoner in plaats van bij de papieren werkelijkheid.

Om de impact van rekenkameronderzoek te vergroten zijn er drie aanbevelingen voor rekenkamers opgesteld:

  1. Ga voorbij generieke aanbevelingen over beleidsdoelstellingen en monitoring. Rekenkamers zouden moeten achterhalen hoe zij raden kunnen helpen sturen op politieke hoofdlijnen en maatschappelijke effecten (outcome) in plaats van enkel op technische output. Dit vraagt om een andere manier van kijken naar onderzoeksvragen en resultaten.
  2. Positioneer de griffie als strategisch partner van de raad.
    De griffie kan raadsleden ondersteunen bij het agenderen van complexe thema’s op het juiste abstractieniveau en de opvolging van langetermijnafspraken bewaken. Rekenkamers kunnen in hun aanbevelingen de griffie expliciet adresseren in deze faciliterende rol.
  3. Focus op integraal onderzoek met aandacht voor het perspectief van de inwoner.
    Door het perspectief van de inwoner of de professional in de praktijk centraal te stellen, worden maatschappelijke effecten en lacunes in de uitvoering zichtbaar die anders verborgen blijven. Dit type onderzoek werkt bovendien agenderend voor de raad.

Zoals gezegd bouwt deze metasynthese voort op bestaande meta-analyses:

  1. De nieuwe meta-analyse Participatiewet, die gelijktijdig met deze metasynthese gepubliceerd wordt
  2. De al bestaande meta-analyses Wmo, Jeugdhulp en Schuldhulpverlening

Bekijk https://www.rekenkamers.nl/meta/ voor meer informatie.


NB Naarmate de datum waarop dit bericht gepubliceerd is verder in het verleden ligt, neemt de actualiteitswaarde af. Ook kan het bericht ingehaald zijn door de nieuwe actualiteit. Raadpleeg indien nodig ook andere bronnen.