Zicht op Bereik: Minimaregelingen van de gemeente Ede onderzocht
De Rekenkamer Ede heeft onderzocht hoe goed het minimabeleid van de gemeente werkt. Uit het onderzoek blijkt dat maar de helft van de mensen die in aanmerking komen voor de regelingen er ook gebruik van maakt. De gemeente weet niet goed welke mensen in aanmerking komen voor inkomenshulp. De gemeente kan vooral mensen die niet afhankelijk zijn van een uitkering, maar wel weinig verdienen, lastig bereiken. Ook het aanvragen is soms lastig voor mensen. Mensen die inkomenssteun gebruiken, voelen zich wel geholpen en kunnen beter rondkomen en meedoen in de maatschappij.
Meer maatwerk nodig, maar de capaciteit ontbreekt
Om armoede op te lossen of te voorkomen, is meer maatwerk nodig. Ook helpt het als inwoners één vast aanspreekpunt hebben en persoonlijke begeleiding krijgen. De gemeente heeft daar nu te weinig mensen en geld voor. Daarnaast zijn de doelen niet erg duidelijk, wat het lastig maakt om te beoordelen of het beleid goed werkt.
Verbeterpunten
Om het bereik van de regelingen te verbeteren heeft het college beter inzicht nodig in wie de hulp nog niet gebruikt en waarom. Meer mensen kunnen succesvol een aanvraag doen als het aanvragen makkelijker is en weten hoe er laagdrempelige hulp te krijgen is bij het aanvragen. Ook kan het bereik worden vergroot als medewerkers meer tijd en ruimte krijgen om de doelgroepen actief te benaderen en maatwerk toe te passen. De raad kan het college beter controleren als de doelen en rapportage daarover duidelijker worden.
Centrale onderzoeksvraag
Hoofdvraag:
In hoeverre is het minimabeleid van de gemeente Ede doeltreffend?
Beleid
1. Waaruit bestaat het gemeentelijke minimabeleid en hoe is de aansluiting op de landelijke regelingen?
2. Op welke wijze is samenhang aangebracht met aanpalende terreinen, zoals de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo?
Uitvoering
3. Hoe vertaalt het beleid zich naar de uitvoering?
4. Worden de doelstellingen in het gemeentelijk beleid behaald?
5. Bereikt de gemeente de doelgroepen van de minimaregelingen/schuldhulpverlening?
6. Zijn de beoogde effecten van de genomen maatregelen duidelijk en wordt de doeltreffendheid periodiek geëvalueerd?
7. In hoeverre heeft de doelgroep baat bij de regelingen?
Raad
8. Op welke manier wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de uitvoering van het minimabeleid? Stelt de geboden informatie de gemeenteraad in staat zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat te vervullen?
9. Hoe vult de Edese raad de kaderstellende en controlerende rol in?
Rekenkamerrapport
Rekenkamer(commissie) | Rekenkamer Ede |
Provincie(s) | Gelderland |
Ingestuurd door | Esther de Wit |
Onderzoek door | Rekenkamer i.s.m. extern onderzoeksbureau(s) |
Onderzoeksbureau | B&A |