Overslaan en naar de inhoud gaan

Een ernstige zaak – Prioritering in opsporing door politie

Datum van publicatie: 2026-06-18

De minister van Justitie en Veiligheid (JenV) en het Openbaar Ministerie (OM) bepalen de prioriteiten voor de opsporing. De Algemene Rekenkamer berekende aan de hand van een Crime Harm Index (CHI) of deze prioriteiten overeenkomen met de strafbare feiten die het meest ernstig zijn en dus de meeste maatschappelijke schade veroorzaken. Wij concluderen dat dit slechts deels het geval is. Zo prioriteert de minister van JenV bijvoorbeeld cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, terwijl deze strafbare feiten in de laag- of middencategorie scoren op de CHI. Hetzelfde geldt voor bepaalde heterdaad- en ondermijningszaken die het OM prioriteert, zoals winkeldiefstal en het bezit van hard- en softdrugs.
De Algemene Rekenkamer concludeert dat de politie in 2024 ruim 10.000 aangiften van ernstige misdrijven volgens de CHI niet behandelde. Daarvan hadden er 1.600 wel prioriteit voor OM en/of minister. Geprioriteerde misdrijven die bleven liggen waren 550 geweldsdelicten, 200 zedenmisdrijven, 750 overige high impact crimes en ten slotte 100 ondermijningszaken. Er zijn ook ernstige misdrijven die niet geprioriteerd zijn, zoals 3.450 zware diefstallen en 5.050 overige misdrijven, waaronder identiteitsfraude, brandstichting en chantage.

Centrale onderzoeksvraag

Eén van de wettelijke taken van de politie is het opsporen van (verdachten van deze) strafbare feiten. Daarnaast handhaaft de politie de openbare orde, verleent zij hulp als mensen dat nodig hebben en verricht de politie overige taken voor justitie. In 2024 gaf de politie € 8,1 miljard uit om deze wettelijke taken uit te voeren. In dit onderzoek heeft de Algemene Rekenkamer berekend hoeveel publiek geld en personele capaciteit de politie besteedt per wettelijke taak. Daarnaast hebben wij onderzocht in hoeverre de politie bij de prioritering binnen de opsporing rekening houdt met de maatschappelijke schade die misdrijven veroorzaken.