Zorgen over zoetwater – Onderzoek naar de voortgang van het Deltaprogramma
Het zoetwaterbeleid van de overheid loopt vertraging op. Daardoor worden maatregelen duurder en stapelt de maatschappelijke schade zich op. De minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft bovendien onvoldoende sturing. Bijna driekwart van de onderzochte maatregelen uit fase 1 van het Deltaprogramma Zoetwater, dat plaatsvond tussen 2015 tot 2021, liep tijdens de uitvoering vertraging op. Bij het hoofdwatersysteem is de vertraging gemiddeld 3 jaar. Maatregelen met vertraging vielen bovendien bijna altijd duurder uit dan vooraf begroot.
Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer levert een aantal aanbevelingen op voor de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Zo zag de Algemene Rekenkamer dat maatregelen vaak wél liepen zoals gepland wanneer de minister meebetaalde aan de maatregelen (cofinanciering) en decentrale overheden zoals waterschappen en provincies tijdens de planuitwerking op tijd werden betrokken.
De Rekenkamer concludeert verder dat de minister meer regie moet pakken, bijvoorbeeld door de doelen van het Deltaplan Zoetwater op het gebied van zoetwatertekorten concreter te maken en door realistischer te plannen. Ook kan hij ervoor zorgen dat zoetwatertekorten structureel aandacht krijgen in de Tweede Kamer.
Centrale onderzoeksvraag
We hebben jaarlijkse negatieve effecten onderzocht die droogte heeft op verschillende sectoren die van zoetwater afhankelijk zijn. In ons onderzoek hebben we niet alle mogelijke sectoren kunnen meenemen die belang hebben bij zoetwater. We hebben ons onderzoek gericht op natuur, landbouw, scheepvaart en industrie. Dit drukken we uit in jaarlijkse gemiddelde schade door droogte. Dit onderzoek richt zich daarnaast op de uitvoering van het nationale zoetwaterbeleid, en in het
bijzonder het Deltaprogramma Zoetwater. Fase 1 van het Deltaprogramma was ten tijde van ons onderzoek afgerond; fase 2 loopt nog door tot en met 2027. Daarom ligt de nadruk van het onderzoek op fase 1 en in hoeverre de lessen die uit fase 1 waren te trekken zijn toegepast in fase 2.
Rekenkamerrapport
Rekenkamer(commissie) | Algemene Rekenkamer |
Provincie(s) | Algemene Rekenkamer |
Ingestuurd door | Geert-Jan Mol |
Onderzoek door | Rekenkamer zelf |