Overslaan en naar de inhoud gaan

De rekenkamer, dat is Angela

In deze rubriek, De rekenkamer, dat zijn wij, stellen rekenkamerleden en -secretarissen zichzelf voor.
Weet jij iemand die beslist in deze rubriek moet? Of ben jij die persoon? Tip ons via info@rekenkamers.nl.

Wie ben je?

Ik ben Angela, 35 jaar en opgegroeid in het industriële hart van Zeeuws-Vlaanderen. Mijn studerende leven (Sociologie) en de eerste jaren van mijn loopbaan heb ik doorgebracht in Rotterdam. Ik werk er als operational auditor en de stad fascineert mij nog steeds.

Om wat groter en groener te kunnen wonen ben ik met mijn man en twee poezen zuidwaarts vertrokken naar Bergen op Zoom. In de omgeving genieten we veel van bos en water, inmiddels ook met onze vrolijke labrador. Maar ook van de knusse, historische binnenstad en vooral van de fijne cafés en dito terrassen genieten we enorm. Thuis vind ik het heerlijk om van alles uit te pluizen; of dat nou de mooiste reis, de beste aankoop, het meest interessante boek of de effectiviteit van een gemeentelijk programma is. Dit laatste komt goed van pas als onderzoeker.

Hoe ben je in de wereld van rekenkamers terecht gekomen?

Dit is geen voor de hand liggende bestemming geweest. Mijn hele familie werkt in de vaart en in de zorg, rekenkamers waren mij onbekend totdat ik bij de gemeente ging werken. Na mijn studie Sociologie startte ik als trainee bij de gemeente Rotterdam. Zo’n traineeprogramma biedt inkijkjes in allerlei onderdelen van de gemeentelijke organisatie, waaronder de Rekenkamer.

Na het traineeprogramma startte ik met werken als beleidsadviseur. Op een gegeven moment werd het werk van mijn team onderwerp van rekenkameronderzoek. Ik vond het verfrissend dat het onderzoek zich richtte op de maatschappelijke effecten van ons beleid. Bovendien nam het college het merendeel van de aanbevelingen over. Daardoor ontstond bestuurlijke druk om ermee aan de slag te gaan en verdween het rapport niet in de spreekwoordelijke la.

Ook in mijn huidige functie als operational auditor kom ik regelmatig in aanraking met het werk van de Rekenkamer. Die ervaringen hebben mijn interesse in het vakgebied verder versterkt.

Wat hoop je te bereiken als Rekenkamerlid?

Na onze verhuizing naar West-Brabant wilde ik mij in eigen regio verdiepen in en bijdragen aan het lokale bestuur, op een bij mij passende manier. In mijn ogen biedt een Rekenkamer met onafhankelijk onderzoek inzicht in de werking van beleid en uitvoering, zodat de gemeenteraad zijn rol beter kan vervullen. Ik hoop daaraan een bijdrage te leveren met onderzoeken die niet alleen zorgvuldig zijn uitgevoerd, maar ook daadwerkelijk worden gebruikt in het besluitvormende gesprek.

Daarnaast is mijn persoonlijke ontwikkeling een reden geweest om voor de Rekenkamer West-Brabant te solliciteren. Binnen de Rekenkamer vervullen wij richting onderzoeksbureaus een opdrachtgevende rol. Dat vind ik bijzonder leerzaam. Want in mijn werk als operational auditor helpt het om mij te kunnen verplaatsen in de positie van een opdrachtgever. En natuurlijk maak ik graag gebruik van de congressen, trainingen en instrumenten die de VVR aanbiedt!

Hoe combineer je werk, je privéleven en je rol in de rekenkamer?

Om eerlijk te zijn vind ik dat soms best een uitdaging. Zowel mijn werk als operational auditor als mijn werkzaamheden voor de Rekenkamer kennen piekmomenten. Wanneer die samenvallen, vraagt dat thuis om de nodige afstemming. Gelukkig biedt hybride werken voldoende flexibiliteit om waar nodig extra uren te maken in de avond of het weekend.

Daarnaast reis ik graag en trek ik er regelmatig op uit buiten de reguliere vakantieperiodes. Goede communicatie met collega’s is dan essentieel, net als de bereidheid om mij extra in te zetten op momenten dat zij afwezig zijn.

Welke vraag die we niet hebben gesteld zou je graag willen beantwoorden? En wat zou je antwoord zijn?

“Wat kunnen rekenkamers doen om te voorkomen dat we over tien jaar nog steeds dezelfde conclusies trekken en vergelijkbare aanbevelingen doen?”

Als Rekenkamer moeten we ons bewust blijven van onze eigen rol en beperkingen. Wij bepalen niet of aanbevelingen worden overgenomen, we maken geen beleid en we voeren het ook niet uit. Wel hebben we invloed op de boodschap die we uitdragen en de manier waarop we die overbrengen aan het lokale bestuur.

Daarom moeten we onszelf blijven afvragen of onze communicatie aansluit bij onze doelgroep. Is ons taalgebruik begrijpelijk en vrij van onnodig vakjargon? Zijn onze rapporten prettig leesbaar op de apparaten die raadsleden dagelijks gebruiken? Is onze hoofdboodschap in één oogopslag duidelijk? En zijn traditionele rapporten wel de meest effectieve manier om onze bevindingen te delen?

Door onszelf die vragen te blijven stellen, vergroten we de kans dat onze onderzoeken daadwerkelijk bijdragen aan betere besluitvorming.