“Exitgesprek” met Etienne Lemmens
donderdag 09-07-2026
admin
“Exitgesprek” met Etienne Lemmens
Op welk wapenfeit als bestuurslid ben je het meest trots?
Het meest trots, als je dat zo mag noemen, ben ik op het feit dat we, ondanks de grote verschillen in rekenkamerland, de eenheid hebben kunnen bewaren en de uiterst lastige discussies over onder andere lidmaatschap van raadsleden en kwaliteit gezamenlijk hebben beslecht. Daarmee heeft de NVRR/VvR zijn bestaansrecht aanhgetoond, niet alleen dat het nuttig is om één spreekbuis te hebben, maar dat we elkaar nodig hebben en waar het kan elkaar ondersteunen bij het belangrijke werk in de decentrale democratie.
Wat had je graag willen bereiken maar is (nog) niet gelukt / wat zouden de nieuwe bestuursleden moeten oppakken?
Wat nog niet (helemaal) is gelukt betreft eigenlijk 2 dingen. De vereniging is wel een spreekbuis en wordt al wel serieus genomen door de andere bestuurlijke partijen, maar we maken bijvoorbeeld nog geen integraal onderdeel uit van de governance-structuur van de VNG. We zitten nog als rekenkamers niet structureel in de commissies van de VNG. Dat dat nadelen heeft werd onder andere manifest toen BZK, in het kader van het kunnen volgen van de ‘papertrail’ van bestuursbesluiten, de VNG vroeg om een lijst van gemeentelijke functies waarvan de correspondentie gearchiveerd moest worden. En de commissie van de VNG nam doodleuk de voorzitter van de rekenkamer daarin op, zonder de VvR te consulteren. In de eerste plaats nemen rekenkamers geen besluiten in het kader van de Awb, en in de tweede plaats zou het de vertrouwelijkheid van aanbestedingen en interviews door de rekenkamer kunnen aantasten. Kortom, het is nuttig om bij de VNG in de juiste commissies te zitten. En daarvoor is het tweede ding handig, waar we nog niet helemaal in geslaagd zijn te realiseren. Volledige dekking van het lidmaatschap van rekenkamers. We zijn wel al een heel eind. En het lijkt me goed als het bestuur zich op die 2 dingen blijft inzetten.
Zien we je nog eens in rekenkamerland? En zo ja, waar?
Zekers, ik ben nog lid/voorzitter van drie rekenkamers, lid van de Goudvink-jury en het O-team. Ik blijf ook nog wel publiceren over rekenkamerwerk, onder andere op beleidsonderzoekonline.nl. Rekenkamerwerk blijft boeiende materie om over te reflecteren, zoals doorwerking, SPOOR beyond SMART enz.
Wat ga je je nu op concentreren?
Ik ga me nu verder concentreren op schrijven van het vervolg van het eerste boek over feedbackloops. Het tweede boek zal naar alle waarschijnlijkheid ook weer 2 essays bevatten, één over sociale en economische ongelijkheid en één van meer moraalfilosofische aard. Dus ik sta nog steeds open voor feedback op mijn eerste boek, De gebroken thermostaat? (dat kan op info@degebrokenthermostaat.nl), daarmee wordt het vervolg alleen maar beter. En ik ben nog voorzitter van de Raad van Toezicht van de Tussenvoorziening, een welzijnsstichting onder andere voor daklozenopvang in Utrecht. Dus, ben nog niet geheel van de straat, want voor daklozen moet je soms de straat op.
Welke vraag die we niet hebben gesteld zou je graag willen beantwoorden? En wat zou je antwoord zijn?
Ja, dat is de vraag die ik ook altijd aan anderen stelde, maar waarvan ik het zelf verschrikkelijk zou vinden om te moeten beantwoorden. Ik dacht me er nu makkelijk van af te maken, door te vragen naar mijn levensmotto. Maar dat heb ik al in 2023 op dezelfde vraag van de vereniging geantwoord, namelijk een zinsnede uit Münchhausens haren en Wittgensteins ladder van Paul Watzlawick: “het leven is serieus, maar niet ernstig.” Dus, dan maar een nieuwe vraag verzinnen, daar gaat-ie: heb je ook een ander levensmotto? Nou, ja dus, van een andere filosoof, en niet de minste, Karl Marx, die eens gezegd heeft: “Es ist je nachdem.” Heb ik serieus ooit een academicus als citaat in Te Elfder Ure (voor de jongeren onder ons, een wetenschappelijk tijdschrift uit de jaren ’70-’80) zien aanhalen. Vrij vertaald, “het is maar hoe je het bekijkt.” Het komt in de buurt van “ook goeiemorgen”, wat hij vast ook een keer zal hebben gezegd.