Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: admin

Geslaagde bijeenkomst Brabantse rekenkamers over onderzoek met AI

Op 21 september 2026 kwam een groot aantal Brabantse rekenkamerleden bijeen in het mooie stadhuis van Breda om te spreken over onderzoek met AI. Wat zijn de mogelijkheden voor rekenkamers? Welke uitdagingen kom je tegen? En tot welke (al dan niet betrouwbare) uitkomsten kan rekenkameronderzoek met AI leiden?

Onder leiding van Steven Oostlander, voorzitter Rekenkamer Breda, gaven twee inleiders input voor een interessante discussie. Midas Nouwens, hoofddocent aan de Universiteit van Aarhus en tot juli j.l. werkzaam bij de Autoriteit Persoonsgegevens, trapte af. Hij ging in op de ontstaansgeschiedenis en achtergronden van AI en hij ontmythologiseerde enkele heersende gedachten over AI en de rekenmethode achter de gehanteerde taalmodellen. Voor rekenkameronderzoek lijken volgens Midas vooral mogelijkheden te zitten in documentenonderzoek en transcriptie van interviews. Hij waarschuwde voor data-analyse, het houden van interviews door AI, het trekken van conclusies en het doen van aanbevelingen door AI. Het staat wetenschappelijk niet vast dat dit tot betrouwbare resultaten leidt. Midas illustreerde zijn interessante betoog met leuke voorbeelden uit wetenschappelijk onderzoek. Een mooi beeld vanuit de wetenschap, met ook de nodige ‘winstwaarschuwingen’ over het gebruik van AI in (rekenkamer)onderzoek.

Daarna was de beurt aan Wilfred Goedmakers, voorzitter van de Rekenkamer ’s-Hertogenbosch,  met een blik vanuit de praktijk. Deze rekenkamer verricht momenteel samen met bureau Wielinq onderzoek naar het programma ’s-Hertogenbosch Datastad. De rekenkamer wilde uit nieuwsgierigheid en bij wijze van experiment een (voor)onderzoek uitvoeren volledig in en met AI: documentenanalyse (grote aantallen documenten), verslaglegging en transcriptie interviews, het schrijven van de rapportage (in schrijf- en huisstijl van de rekenkamer) en het trekken van conclusies. De ervaring van de Rekenkamer ’s-Hertogenbosch is dat AI in beginsel rekenkamerproducten kan produceren. Wilfred gaf aan verwonderd te zijn over het resultaat en de mogelijkheden. Het is al met al een prachtig en nuttig hulpmiddel bij onderzoeken. Vooral beschrijvend onderzoek op basis van een groot aantal documenten lijkt geschikt. AI is sneller, grondiger en herkent meer en sneller patronen.

Maar.. het blijft wel werk voor specialisten. Zelf doen als rekenkamer is geen optie, aldus Wilfred. Het is erg belangrijk om als rekenkamer ‘bovenop de bal’ te blijven. Zowel bij de start (afspraken en regels) als bij de eindrapportage (controles, inbrengen van de blik van de rekenkamer, herschrijven rapportage waar nodig). Hoewel door diverse checks de betrouwbaarheid wordt verhoogd blijft een menselijk oog cruciaal. Een vooralsnog geslaagd experiment in ’s-Hertogenbosch, met de nodige leerervaringen.

Na de presentaties ontstond een interessante discussie. Vooral over de betrouwbaarheid van de resultaten en de bruikbaarheid voor andere typen rekenkameronderzoek. En ook de vraag of (fysieke) rekenkameronderzoekers bij dataverzameling en -analyse, het maken van interviewverslagen en het schrijven van rapportages wel of niet beter of betrouwbaarder werk afleveren dan AI. Het was een interessante avond in Breda!

Nieuwe handreiking voor klachtenbehandeling door decentrale rekenkamers

Hoe ga je als rekenkamer zorgvuldig om met een klacht? En wanneer is een reactie op een onderzoek eigenlijk een klacht, en wanneer gaat het om inhoudelijke kritiek? De Vereniging van Rekenkamers heeft een nieuwe Handreiking Klachtenbehandeling door decentrale rekenkamers uitgebracht. De handreiking biedt praktische ondersteuning bij het behandelen van klachten en bij het opstellen of verbeteren van een klachtenregeling.

Klacht of inhoudelijke kritiek?

Niet ieder signaal van onvrede is een klacht in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een klacht gaat over een concrete gedraging van de rekenkamer, bijvoorbeeld over communicatie, bejegening, werkwijze of het naleven van procedurele afspraken. Bezwaren tegen onderzoeksbevindingen of aanbevelingen vallen daar niet onder. Die horen thuis in bijvoorbeeld het hoor- en wederhoorproces of het politieke debat.

De handreiking beschrijft hoe een klacht volgens de Awb wordt behandeld, van indiening en ontvangstbevestiging tot horen, verslaglegging en een gemotiveerd oordeel. Ook wordt ingegaan op de rol van de ombudsman wanneer een klager niet tevreden is over de afhandeling.

Informeel waar het kan

De VvR adviseert om klachten waar mogelijk informeel te behandelen. Een gesprek, toelichting of excuus kan in veel gevallen sneller tot een oplossing leiden dan een formele procedure. Daarbij blijft de formele route altijd beschikbaar wanneer informele behandeling niet tot een oplossing leidt of de klager daarvoor kiest.

Ook bijzondere situaties komen aan bod, zoals de relatie tussen een klacht en een Woo-verzoek, klachten tijdens een lopend onderzoek en zogenoemd complex klaaggedrag.

Klachten als leermoment

Een goede klachtenprocedure is meer dan een manier om individuele klachten af te handelen. Klachten kunnen ook laten zien waar procedures, communicatie of werkafspraken beter kunnen. De handreiking benadrukt daarom de lerende functie van klachtbehandeling. De uitkomsten kunnen aanleiding zijn om bijvoorbeeld het onderzoeksprotocol, de verordening of het reglement van orde aan te scherpen.

Bij de handreiking is een model-klachtenregeling opgenomen. Deze is bedoeld als hulpmiddel en niet als blauwdruk: iedere rekenkamer kan de regeling aanpassen aan de eigen omvang, organisatievorm en werkwijze.

Lees de Handreiking Klachtenbehandeling door decentrale rekenkamers en bekijk het model voor een klachtenregeling.

 

Mandaat en volmacht voor privaatrechtelijke handelingen door de decentrale rekenkamer

Mag een voorzitter van een lokale rekenkamer een opdracht verstrekken aan een onderzoeksbureau?  Soms word je als rekenkamerlid of -secretaris geconfronteerd met een ogenschijnlijk eenvoudig vraag over iets waar je nog nooit echt over nagedacht had, maar je meteen nieuwsgierig maakt. Francien Rosing, secretaris-onderzoeker van de Rekenkamer Hillegom en Lisse (en inmiddels van Haarlem), zocht het uit, zette het resultaat op LinkedIn en opeens vroeg de hele rekenkamerwereld zich af: Hoe hebben wij dat eigenlijk geregeld?

De decentrale rekenkamer verricht zelfstandig . Voor de uitvoering daarvan worden regelmatig externe onderzoeksbureaus ingehuurd. Hierbij worden privaatrechtelijke overeenkomsten (opdrachten) aangegaan. De vraag is welk bestuursorgaan bevoegd is om daarvoor mandaat en volmacht te verlenen.

Het korte antwoord: de rekenkamer heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid en kan daarom niet zelfstandig privaatrechtelijke overeenkomsten aangaan. Daarvoor is een machtiging van het college en volmacht van de burgemeester nodig. Als dit niet geregeld is, ontstaat voor de wederpartij onzekerheid. Een onderzoeksbureau dat werkzaamheden heeft verricht, kan geconfronteerd worden met de vraag of de gemeente daadwerkelijk aan de overeenkomst gebonden is. Dat kan leiden tot vertraging, discussies over betaling of zelfs juridische procedures. Denk aan onduidelijkheid over de rechtmatigheid van uitgaven, opmerkingen van accountants of vragen van de gemeenteraad over de inrichting van de ondersteuning van de rekenkamer.

De bijgevoegde notitie van de Rekenkamer Hillegom en Lisse veronderstelt dat het volmacht rechtstreeks wordt verleend door de burgemeester en de machtiging door het college, en geeft daar voorbeelden van. In de praktijk is het echter vaak gemeentesecretaris die een ondervolmacht en ondermandaat verleent. Let op dat deze niet op persoonlijke titel (meneer of mevrouw Janssen), maar op functie (lid of (plaatsvervangend) voorzitter van de rekenkamer) staat.

Let ook op dat een volmacht en machtiging geen vrijbrief zijn. Als rekenkamer ben en blijf je gebonden aan het inkoopbeleid en de inkoopvoorwaarden van de gemeente. Deze kan de rekenkamer aanvullen met aanvullende voorwaarden. Veel rekenkamers hebben  bijvoorbeeld in het reglement van orde of onderzoeksprotocol aanvullende inkoopvoorwaarden vastgelegd, zoals een afspraak om voor elke opdracht drie offertes op te vragen. Ook bij een gemeenschappelijke rekenkamer is het van belang dat de bevoegdheid om namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten expliciet is geregeld. In de praktijk komen twee vormen van gemeenschappelijke rekenkamers voor: ten eerste de gemeenschappelijke rekenkamer die is ingesteld op grond van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen en ten tweede de zogenoemde personele unie of regeling zonder meer, een samenwerkingsvorm zonder aparte gemeenschappelijke regeling.

Bij een gemeenschappelijke rekenkamer op grond van de Gemeentewet is het personeel vaak in dienst van één van de deelnemende gemeenten. Het ligt dan voor de hand dat het college en de burgemeester (of de gemeentesecretaris namens hen) van die gemeente een ondermachtiging en ondervolmacht verleent aan het rekenkamerlid dat namens de rekenkamer overeenkomsten aangaat of andere privaatrechtelijke handelingen verricht. Een voorbeeld hiervan is het Algemeen ondermandaatbesluit, ondervolmachtbesluit en ondermachtigingsbesluit en mandaatbesluit directeur Gemeenschappelijke Rekenkamer Metropool Amsterdam.

Bij een personele unie is in de verordeningen veelal geregeld welke gemeente de kosten van de rekenkamer voorschiet en vervolgens verrekent met de andere deelnemende gemeenten. Ook in die situatie ligt het voor de hand dat het college en de burgemeester (of de gemeentesecretaris namens hen) van deze administratief verantwoordelijke gemeente een ondermachtiging en ondervolmacht verstrekt aan het betrokken rekenkamerlid.

Heeft jouw rekenkamer nog geen mandaat en volmacht, of weet je het niet zeker? Neem dan in eerste instantie contact op met de jurist van jouw gemeente. Bij vragen kan je ook altijd mailen met info@rekenkamers.nl.

NB: In dit bericht gaan we uit van de gemeentelijke rekenkamer, maar hetzelfde geldt voor rekenkamers van waterschappen en provincies.

Handreiking generatieve AI voor rekenkamers

Generatieve AI biedt rekenkamers nieuwe mogelijkheden om onderzoek efficiënter en soms ook beter uit te voeren. Denk aan het snel doorzoeken en samenvatten van grote hoeveelheden documenten, het vergelijken van beleidsstukken of het ondersteunen bij rapportage en kwaliteitscontrole. Maar verantwoord gebruik vraagt om duidelijke keuzes en randvoorwaarden.

We hebben daarom een handreiking ontwikkeld die rekenkamers helpt om generatieve AI zorgvuldig en rechtmatig toe te passen. De handreiking gaat in op de mogelijkheden én risico’s, zoals privacy, auteursrecht, transparantie, herleidbaarheid en het risico op onjuiste AI-uitkomsten. Ook bevat de handreiking praktische aanbevelingen: leg vast waarvoor AI wordt gebruikt, kies een passende en veilige toepassing, werk bij voorkeur met openbare informatie en houd altijd zelf de regie.

De handreiking bevat bovendien een handige checklist voor rekenkamers en aandachtspunten voor het inschakelen van externe onderzoekers.

De ontwikkelingen in dit veld volgen elkaar snel op, dus we proberen deze handreiking zo goed mogelijk up-to-date te houden. Zie je iets dat niet (meer) klopt of heb je aanvullingen? Laat het ons weten via info@rekenkamers.nl!

Bekijk de Handreiking generatieve AI

Oproep: deel je rekenkameronderzoek naar gemeentelijk armoedebeleid

Wat kunnen rekenkamers van elkaar leren als het gaat om onderzoek naar gemeentelijk armoedebeleid? Die vraag staat centraal in een meta-analyse die Necker in opdracht van de Vereniging van Rekenkamers uitvoert. Voor deze meta-analyse brengt Necker alle beschikbare rekenkameronderzoeken naar gemeentelijk armoedebeleid bijeen. Heeft jouw rekenkamer een onderzoek naar dit onderwerp uitgevoerd in de periode 2018 – heden? Dan ontvangt Necker het rapport graag per e-mail of via een link naar de publicatie.

Voor de meta-analyse stelt Necker een metadossier samen met een overzicht van alle beschikbare rekenkameronderzoeken naar gemeentelijk armoedebeleid. Dit metadossier vormt de basis voor de meta-analyse, waarin de belangrijkste patronen, knelpunten en aanbevelingen in kaart worden gebracht. Daarmee helpt de meta-analyse rekenkamers bij het scherper afbakenen en uitvoeren van toekomstig onderzoek naar armoedebeleid. Voor gemeenten en gemeenteraden biedt de analyse inzicht in de vraag waar armoedebeleid in de praktijk op vastloopt, welke keuzes verschil kunnen maken en hoe beleid beter kan aansluiten bij inwoners in armoede.

Necker verzamelt onderzoeken via de VvR-database en andere openbare bronnen, maar wil er zeker van zijn dat er geen relevante onderzoeken ontbreken. Daarom vragen we rekenkamers om onderzoeken naar gemeentelijk armoedebeleid met Necker te delen. Help mee aan een compleet overzicht. Deel het rapport van jouw rekenkamer via onderzoek@necker.nl.

Heeft u vragen over de meta-analyse of deze oproep? Neem dan gerust contact op met projectleider Nick Woudstra via nick@necker.nl of 06-30 89 32 50

Vincent van Stipdonk en Etienne Lemmens presenteren de kwaliteitsankers op het Voorjaarscongres 2026

Minimale kwaliteitseisen voor rekenkamers: de kwaliteitsankers

Rekenkamers zijn onafhankelijk en bepalen grotendeels zelf hoe ze werken. Maar: ze moeten natuurlijk wel goed werken en goed werk leveren.

Om dat te ondersteunen stelde de Vereniging van Rekenkamers minimale kwaliteitseisen voor rekenkamers vast. Een set ‘kwaliteitsankers’ die de basis vormen om vanuit te werken. Ze zijn ontwikkeld door Etienne Lemmens en Vincent van Stipdonk samen met vele leden, kringen en onderzoekers van rekenkamers. De ankers zijn op het voorjaarscongres 2026 besproken en vastgesteld.

De ankers regelen alleen het wat, zodat elke rekenkamer zelf kan invullen hoe ze dat regelt. Ze zijn onderdeel van het rekenkamerkompas, waarin je verdere tips en inspiratie vindt om (nog) professioneler te werken. De 14 ankers bestrijken thema’s positionering, team, relaties, geld, onderzoek en transparant leren. Je vindt ze hier.

Loop ze alle 14 na, kijk of je op bepaalde punten nog werk aan de winkel hebt! Mocht je daarbij hulp nodig hebben, kijk in het kompas, in ons handboek, of mail om hulp van de Taskforce.

Goudvink 2026: de jury

De inzenddeadline voor de Goudvink 2026 is inmiddels verstreken, dus het werk van de jury en het team van beoordelaars kan beginnen.

We zijn verguld met de jury van 2026 , die gedeeltelijk is vernieuwd:

  • Huri Sahin, burgemeester (voorzitter)
  • Astrid van de Klift, gemeentesecretaris en voorzitter van een rekenkamer
  • Wouter Boonstra, journalist
  • Barbara Heebels: winnaar Goudvink 2025
  • Etienne Lemmens, voorzitter/onderzoeker van diverse rekenkamer, vertegenwoordigt de rekenkamergemeenschap

En we mogen dit jaar opnieuw een beroep doen op de zittende juryleden:

  • Barbara Joziasse, Collegelid Algemene Rekenkamer
  • Joyce Satijn, griffier
  • Julien van Ostaaijen, wetenschapper
een foto van een pagina uit de maatregelenlijst met daarop een vulpen

DoeMee onderzoek Zorgfraude: maatregelenlijst gepubliceerd

In het DoeMee onderzoek 2026 staan twee vragen centraal: hoe veerkrachtig zijn gemeenten momenteel tegen zorgfraude en welke concrete maatregelen nemen zij al om fraude te voorkomen en te bestrijden? Voor het beantwoorden van de tweede vraag, inventariseren we met 137 gemeenten de maatregelen die zij inzetten in de strijd tegen zorgfraude. Inmiddels heeft onderzoeksbureau BMC daarvoor het eerste openbare onderzoeksproduct afgeleverd: de lijst met maatregelen.

Deze lijst is samengesteld op basis van een uitgebreide documentstudie en diepte-interviews met experts binnen het veld. Na een verificatieronde door deze experts is de lijst nu definitief gemaakt en dient als basis voor de verdere activiteiten in het Doe Mee onderzoek. De maatregelenlijst kunt u downloaden onderaan dit bericht.

Ondertussen hebben ook de deelnemers niet stil gezeten: de grote documentenuitvraag is afgerond en (bijna) alle deelnemers hebben de opgevraagde documenten inmiddels aangeleverd. De volgende stap is nu de vragenlijst voor concerncontrollers die op 31 augustus zal worden verzonden. De deelnemende rekenkamers worden geïnformeerd middels de DoeMee-nieuwsbrief.

“Exitgesprek” met Etienne Lemmens

Tijdens het Voorjaarscongres 2026 namen we afscheid van Etienne als secretaris. In 2023 beantwoordde hij al eens vijf vragen over zijn ambities bij de Vereniging van Rekenkamers. Nu kijkt hij met nogmaals vijf vragen terug op zijn periode in het bestuur.

Op welk wapenfeit als bestuurslid ben je het meest trots?

Het meest trots, als je dat zo mag noemen, ben ik op het feit dat we, ondanks de grote verschillen in rekenkamerland, de eenheid hebben kunnen bewaren en de uiterst lastige discussies over onder andere lidmaatschap van raadsleden en kwaliteit gezamenlijk hebben beslecht. Daarmee heeft de NVRR/VvR zijn bestaansrecht aanhgetoond, niet alleen dat het nuttig is om één spreekbuis te hebben, maar dat we elkaar nodig hebben en waar het kan elkaar ondersteunen bij het belangrijke werk in de decentrale democratie.

Wat had je graag willen bereiken maar is (nog) niet gelukt / wat zouden de nieuwe bestuursleden moeten oppakken?

Wat nog niet (helemaal) is gelukt betreft eigenlijk 2 dingen. De vereniging is wel een spreekbuis en wordt al wel serieus genomen door de andere bestuurlijke partijen, maar we maken bijvoorbeeld nog geen integraal onderdeel uit van de governance-structuur van de VNG. We zitten nog als rekenkamers niet structureel in de commissies van de VNG. Dat dat nadelen heeft werd onder andere manifest toen BZK, in het kader van het kunnen volgen van de ‘papertrail’ van bestuursbesluiten, de VNG vroeg om een lijst van gemeentelijke functies waarvan de correspondentie gearchiveerd moest worden. En de commissie van de VNG nam doodleuk de voorzitter van de rekenkamer daarin op, zonder de VvR te consulteren. In de eerste plaats nemen rekenkamers geen besluiten in het kader van de Awb, en in de tweede plaats zou het de vertrouwelijkheid van aanbestedingen en interviews door de rekenkamer kunnen aantasten. Kortom, het is nuttig om bij de VNG in de juiste commissies te zitten. En daarvoor is het tweede ding handig, waar we nog niet helemaal in geslaagd zijn te realiseren. Volledige dekking van het lidmaatschap van rekenkamers. We zijn wel al een heel eind. En het lijkt me goed als het bestuur zich op die 2 dingen blijft inzetten.

Zien we je nog eens in rekenkamerland? En zo ja, waar?

Zekers, ik ben nog lid/voorzitter van drie rekenkamers, lid van de Goudvink-jury en het O-team. Ik blijf ook nog wel publiceren over rekenkamerwerk, onder andere op beleidsonderzoekonline.nl. Rekenkamerwerk blijft boeiende materie om over te reflecteren, zoals doorwerking, SPOOR beyond SMART enz.

Wat ga je je nu op concentreren?

Ik ga me nu verder concentreren op schrijven van het vervolg van het eerste boek over feedbackloops. Het tweede boek zal naar alle waarschijnlijkheid ook weer 2 essays bevatten, één over sociale en economische ongelijkheid en één van meer moraalfilosofische aard. Dus ik sta nog steeds open voor feedback op mijn eerste boek, De gebroken thermostaat? (dat kan op info@degebrokenthermostaat.nl), daarmee wordt het vervolg alleen maar beter. En ik ben nog voorzitter van de Raad van Toezicht van de Tussenvoorziening, een welzijnsstichting onder andere voor daklozenopvang in Utrecht. Dus, ben nog niet geheel van de straat, want voor daklozen moet je soms de straat op.

Welke vraag die we niet hebben gesteld zou je graag willen beantwoorden? En wat zou je antwoord zijn?

Ja, dat is de vraag die ik ook altijd aan anderen stelde, maar waarvan ik het zelf verschrikkelijk zou vinden om te moeten beantwoorden. Ik dacht me er nu makkelijk van af te maken, door te vragen naar mijn levensmotto. Maar dat heb ik al in 2023 op dezelfde vraag van de vereniging geantwoord, namelijk een zinsnede uit Münchhausens haren en Wittgensteins ladder van Paul Watzlawick: “het leven is serieus, maar niet ernstig.” Dus, dan maar een nieuwe vraag verzinnen, daar gaat-ie: heb je ook een ander levensmotto? Nou, ja dus, van een andere filosoof, en niet de minste, Karl Marx, die eens gezegd heeft: “Es ist je nachdem.” Heb ik serieus ooit een academicus als citaat in Te Elfder Ure (voor de jongeren onder ons, een wetenschappelijk tijdschrift uit de jaren ’70-’80) zien aanhalen. Vrij vertaald, “het is maar hoe je het bekijkt.” Het komt in de buurt van “ook goeiemorgen”, wat hij vast ook een keer zal hebben gezegd.

“Exitgesprek” met Restlan Aykaç

Tijdens het Voorjaarscongres 2026 namen we afscheid van Restlan als bestuurslid. Vanaf zijn vakantieadres kijkt hij terug op zijn periode in het bestuur.

Wat waren dat vier bewogen en mooie jaren, in het bestuur. Een paar weken na mijn benoeming nam een aantal leden afscheid. Ik kan u verzekeren dat er geen oorzakelijk verband is tussen mijn benoeming en hun afscheid. Spoedig daarna hebben de dan zittende leden versterking gezocht en gevonden, in nieuwe bestuursleden en in een directeur. Daarna ging het crescendo met onze vereniging. Wij richtten ons op zaken die essentieel waren en zijn: meerjarenplannen, consequenties van de Wet versterking decentrale rekenkamers en de vele cursussen en webinars. Ik ben er trots op dat ik deel van heb mogen uitmaken van het bestuur. Dank daarvoor.

De rekenkamers doen onderzoek naar doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid. Ik zie vele rekenkamers worstelen met doeltreffendheidsonderzoeken; ik heb er ook mee te maken. Wanneer de doelen niet of niet voldoende concreet worden gesteld in de bestuursakkorden/in beleid, dan is het lastig te beoordelen of die doeltreffend zijn (geweest). En ook al worden die meetbaar gesteld dan nog is doeltreffendheid een lastige omdat het menselijke handelen zich zelden in meetbare waarden laat vangen. Mijn pleidooi is dat de rekenkamers zich zouden moeten richten op interdisciplinair onderzoek voor het verklaren van de effecten van beleid. Wat zijn de voorwaarden waaronder het beleid effect zal sorteren? Welke interne en externe factoren beïnvloeden de uitvoering van beleid? Welk menselijk handelen maakt dat het beleid effectief is?

Ik denk dat de tijd daarvoor nu rijp is nu we een volwassenheidsniveau hebben bereikt in de rekenkamerwereld – getuige het niveau en diversiteit van de Gouden Vinken en het trendrapport dat op ons voorjaarscongres is gepresenteerd.

De democratie heeft baat bij tegenmacht, een tegenmacht vanuit een onafhankelijke positie, een professionele tegenmacht die geen professioneel belang heeft bij het werk. Om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen dient de volksvertegenwoordiging de randvoorwaarden voor de rekenkamers transparant vast te leggen en regelmatig tegen het licht te houden. Het opnemen van bepalingen als de zelfevaluatie van de rekenkamers en de onderlinge collegiale toetsing in de verordeningen kunnen daarbij helpen.

Wij doen dit werk immers voor het goed functioneren van de democratie en voor de volksvertegenwoordiging.

Ik neem afscheid van het bestuur maar ik blijf wel actief in de rekenkamers van de gemeenten Woerden en Epe. Wij zullen elkaar vast bij een van de mooie activiteiten tegenkomen waarbij onze directeur Lies van Aelst als motor fungeert (Dank Lies!). Daarnaast ga ik meer tijd steken in het coachen van professionals in hun persoonlijke ontwikkeling. Dit is ook onderzoek vanuit een onafhankelijke positie maar gericht op individueel gedragsniveau en niet op structuren en processen zoals beleidsonderzoek. Daarnaast ga ik mij ook meer richten op intervisiebegeleiding (MT’s maar ook trainees) en begeleiding van discussies.
Veel luisteren en reflecteren.
Gewoon mensenwerk dus.

Restlan Aykac

Wordcloud met de meest voorkomende onderzoeksthema's van 2025

Trendrapport 2025

Decentrale rekenkamers doen vaak onderzoek naar dezelfde onderwerpen. Dat weten we van onze meta-analyses. Die gaan over onderwerpen die vaak onderzocht zijn en benoemen overkoepelende conclusies. Vaak is het daardoor niet meer nodig om nogmaals (diepgaand) onderzoek te doen naar zo’n onderwerp: een rekenkamerbrief over de meta-analyse, eventueel aangevuld met een snelle lokalisering, volstaat.

Waar is in 2025 dan onderzoek naar gedaan? Dat hebben Samantha Langendoen en Lies van Aelst uitgezocht voor het eerste trendrapport. Uit een inventarisatie van 170 rekenkamerrapporten die in 2025 zijn gepubliceerd, blijkt dat armoedebeleid, financieel beleid en woning(bouw)beleid de meest onderzochte onderwerpen zijn. Vooral de aanhoudende woningkrapte en vraagstukken rond lokale inkomensregelingen krijgen veel aandacht. In de lijst staan ook twintig thema’s die slechts door één rekenkamer zijn onderzocht, zoals algoritmes, integriteit en beleid rond lokale verenigingen.

Wordcloud met de meest voorkomende onderzoeksthema's van 2025

Het trendrapport bevat ook inspirerende voorbeelden van minder voor de hand liggende onderzoeksonderwerpen, zoals de bescherming van persoonsgegevens, het gebruik van stadspeilingen en de rol van gemeenteraden in netwerksamenwerking. Verder signaleert de VvR diverse kansrijke thema’s voor de toekomst, waaronder de implementatie van de NIS2-richtlijn, kennisverlies door uitbesteding en inhuur van externen en de positie van de overheid tussen wet en inwoner. Ook roept de vereniging op om onderzoek te doen naar de gevolgen van het uitblijven van beleid of het uitstellen van maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van netcongestie, preventie en klimaatbeleid.

Lees het hele trendrapport hier.

Concept-Kwaliteitsankers

Wat zijn minimale kwaliteitseisen voor rekenkamers? Wat is de ondergrens waar je niet onder wilt of mag zakken? Of positiever: welke set “kwaliteitsankers” vormt de basis van waaruit je werkt als rekenkamer?

De vereniging wil toewerken naar een set kwaliteitsankers waarmee alle rekenkamers de basis aantoonbaar op orde (kunnen) hebben. Niet als keurslijf of certificaat. Wel als checklist waarmee rekenkamers zichzelf en elkaar kunnen helpen om basiskwaliteit te leveren.

Afgelopen half jaar spraken Etienne Lemmens en Vincent van Stipdonk hierover met heel veel leden/onderzoekers/secretarissen van rekenkamers. Zo ontstond deze set van 14 Kwaliteitsankers.

Dat concept leggen we hierbij graag aan jullie voor. Mis je iets cruciaals? Of zie je juist iets dat niet per se cruciaal is als ondergrens van kwaliteit? Geef het vóór 25 mei door via info@rekenkamers.nl

 

NB: de kwaliteitsankers zijn inmiddels definitief en staan hier.