Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: Secretariaat

Communicatie, presentatie en nazorg

Aandacht voor een rapport staat niet gelijk aan doorwerking. Maar aandacht is wel een belangrijke voorwaarde voor doorwerking.

Doelgroepen

  • Raad / Provinciale Staten
  • College / Gedeputeerde Staten
  • Ambtelijke organisatie
  • Beleidsveld / maatschappelijk middenveld
  • Media
  • Samenleving

Communicatie

Een goede communicatiestrategie gericht op verschillende doelgroepen is van belang. Als stelregel geldt: hoe directer (frequenter, informeler) de communicatie tussen rekenkamer en haar doelgroep is, des te groter de kans op gebruik van resultaten. Persoonlijke communicatie is meestal effectiever dan schriftelijke. Maar ook: als een rapport breed verspreid wordt, krijgt het waarschijnlijk meer aandacht. Optimale media-aandacht vraagt een actieve benadering (goede persberichten, persconferenties, maar ook persoonlijk contact met journalisten). Het zoeken van de publiciteit brengt ook een risico op minder doorwerking met zich mee. De media kunnen bijvoorbeeld de boodschap van de rekenkamer op de verkeerde wijze interpreteren of berichtgeving kleuren.

Presentatie

In het algemeen geldt: hoe meer aandacht het advies krijgt tijdens de presentatie, des te groter de kans op doorwerking. De presentatie van de onderzoeksresultaten moet passen bij het onderzoek en aansluiten bij de beleving en het begripsniveau van de doelgroep. Meestal presenteren rekenkamer(commissie)s uitkomsten van onderzoek in een onderzoeksrapport, dat wordt toegezonden aan belanghebbenden / belangstellenden. Daarnaast kunnen de resultaten ook op andere manieren worden gepresenteerd. Bijvoorbeeld een video, een (interactieve) website, een posterpresentatie, een fotoreportage, een werkconferentie, een lezing, een folder of een rekenkamerbrief.

Nazorg

Met een goede nazorg kan de aandacht voor een rapport ook op langere termijn aanhouden. Het volgen van totstandkoming van standpunten van en besluitvorming door de raad / provinciale statenis hiervoor van groot belang. Daarnaast kan de rekenkamer(commissie) aan nazorg doen:

  • door bij verschillende gelegenheden te wijzen op relevante onderzoeksresultaten,
  • het aangaan van gesprekken en
  • het doen van vervolgonderzoek en / of doorwerkingsonderzoek.

Uiteraard kan de rekenkamer(commissie) er ook voor kiezen geen natraject te doen.
De meeste rekenkamer(commissie)s (80%) monitoren de toezeggingen van de colleges / gedeputeerde staten of voeren periodiek vervolgonderzoeken uit.

Conceptuele doorwerking

Conceptuele doorwerking is de verandering van kennis, opvattingen of causale redeneringen. Het onderzoek leidt tot discussie, gedachtenvorming en ontwikkeling van toekomstvisie. Het onderzoek heeft dan vooral een een informatiefunctie en dient als richtingaanwijzer. Voor conceptuele doorwerking is het noodzakelijk dat de rekenkamer(commissie) met een nieuw, alternatief perspectief komt op de oorzaken of omvang van het beleidsprobleem, de gewenste beleidsaanpak of de institutionele structuur van het beleidsveld. Van conceptuele doorwerking is ook sprake wanneer zowel de raad/provinciale staten (ps), het college / gedeputeerde staten en de ambtelijke organisatie bij de beleidsontwikkeling rekening houden met of geleerd hebben van het fenomeen rekenkamer(commissie) in hun gemeente of provincie. Kenmerkend voor conceptuele doorwerking is dat er een relatief lange periode overheen gaat voor de effecten zichtbaar worden. De effecten zijn ook minder duidelijk zichtbaar. Conceptuele doorwerking is vaak een indirect effect van onderzoek.

Van conceptuele doorwerking van rekenkameronderzoek / de rekenkamer(commissie) is nog niet zoveel sprake.

Controle-instrumenten gemeenteraad

Rekenkameronderzoek is één onderdeel van meerdere controle-instrumenten waar de raad gebruik van kan maken. De rekenkamer(commissie) mag als enige het gevoerde bestuur door college en raad onderzoeken. Dat is relevant voor de uiteindelijke positiebepaling van de rekenkamer. Enkele belangrijke andere controle-instrumenten voor de raad zijn:

  • De raad stelt bij verordening regels voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie (artikel 213 Gemeentewet). De raad wijst ook op grond van dit artikel in de gemeentewet accountants aan die belast worden met de controle op de jaarrekening en daarover een verslag (inclusief rechtmatigheidoordeel) moeten uitbrengen.
  • Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur (artikel 213a Gemeentewet. De raad stelt bij verordening regels hierover. Het college is op grond van hetzelfde artikel verplicht de rekenkamer(commissie) op de hoogte te stellen van deze onderzoeken en ook verplicht een afschrift van de resultaten aan de raad en aan de rekenkamer(commissie) te sturen.
  • Daarnaast heeft de raad op grond van artikel 155a-f de mogelijkheid een onderzoek in te stellen naar het door het college of de burgemeester gevoerde beleid (recht van enquête). Dat onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie bestaande uit raadsleden. Deze vorm van raadsonderzoek is te vergelijken met een parlementaire enquête. Getuigen kunnen zelfs onder ede gehoord worden. Alleen raadsleden kunnen deel uit maken van de commissie.
  • De raad kan ook onderzoeken instellen, die niet onder het recht van enquête vallen. Bij dergelijke onderzoeken kunnen betrokkenen niet verplicht worden zich te onderwerpen aan het onderzoek. Ook kunnen getuigen niet onder ede gehoord worden. Ook anderen dan raadsleden kunnen deel uit maken van de onderzoekscommissie.
  • Uitvoering van evaluaties van uitgevoerd beleid.
  • Schriftelijke (op grond van het reglement van orde van de raad) en mondelinge vragen van de raadsleden.
  • Raadsleden kunnen interpelleren. Interpellatie is zwaardere vorm van mondeling vragen stellen. Voor het voeren van een interpellatie moeten raadsleden aan de raad verlof vragen. In het reglement van orde van de raad worden nadere regels hierover vastgesteld.

Monitoring

Voor de effectiviteit van de rekenkamer(commissie) is het van groot belang om de goede onderwerpen op het juiste moment te onderzoeken. Daarom moet de rekenkamer het hele jaar door goed in de gaten houden welke thema’s spelen binnen de gemeente en welke thema’s onderbelicht blijven. Dat vereist een goede monitoring of een goed ontwikkelde ‘antenne’ voor wat er speelt in de gemeente.

Van tijd tot tijd kan er over de onderwerpen die worden bijgehouden een notitie worden gemaakt ter informatie aan de staf, de commissie / de directeur of aan de raad. Daarvoor verzamelt de rekenkamer gedurende het hele jaar informatie uit een mix van verschillende schriftelijke bronnen. Daarnaast kan de rekenkamer gebruik maken van:

Het bijhouden van een groslijst door het jaar heen is nuttig om allerlei onderwerpen te plaatsen en vast te houden. Later kunnen de onderwerpen op deze lijst op meer systematische wijze worden gemonitord op hun eventuele potentie als onderwerp van onderzoek.

Om te weten wat in een gemeente belangrijke mogelijke thema’s zijn moet de rekenkamer (commissie) zich niet alleen door de politiek / bestuurlijke agenda laten leiden, maar ook door de maatschappelijke agenda. Waar in de politiek, maar ook in de maatschappelijke publiciteit, het korte termijn belang nog wel eens erg bepalend wil zijn, behoort het min of meer tot de natuurlijke positie van de rekenkamer om juist gericht aandacht te geven aan de gevolgen van beleid op meer lange termijn.

Normenkader

Het normenkader is bepalend (sturend) voor de uitvoering van het onderzoek. Aan de hand van het normenkader moet een oordeel gegeven kunnen worden over de aangetroffen praktijk.

Normen voor rekenkameronderzoeken kunnen grosso modo ontleend worden aan:

  • wet- en regelgeving;
  • beleidsdocumenten, waaronder de programmabegroting;
  • wetenschappelijke en vakliteratuur;
  • professionele inzichten.

Idealiter wordt in eerste instantie vanuit algemene normen  (meestal rechtmatigheid, doelmatigheid, doeltreffendheid, integriteit e.d.) vooraf een globale set normen gespecificeerd al naar gelang het onderwerp.
Gedurende het onderzoek kan – op basis van bijvoorbeeld best practices – verder invulling gegeven worden aan een algemene norm (‘relevante en tijdige informatie is….’).

Voor het verkrijgen van draagvlak en om verwachtingen te managen, kan het zinvol zijn het normenkader vóór de definitieve vaststelling te bespreken met bijvoorbeeld de vakspecialisten, ambtenaren, directie, collegeleden en / of raadsleden. Vooral wanneer het om complexe of politiek gevoelige onderwerpen gaat, is commentaar vooraf nuttig. Het kan voorkómen dat je achteraf ‘nat gaat’. Het commentaar vooraf maakt duidelijk waar mogelijk de zwakke of juist gevoelige plekken in het beoordelingskader zitten.
Afwijzende reacties hoeven geen aanleiding te zijn het normenkader te wijzigen. Wel is dan vooraf duidelijk waar later het commentaar op zal gaan komen. Het effect kan ook positief zijn doordat meer draagvlak onder ambtenaren ontstaat voor het onderzoek en zij de zin ervan zien.
Het kan veel problemen in de eindfase voorkomen door, ook tijdens het onderzoek in contact te blijven over de manier waarop de normen worden gespecificeerd. Totale overeenstemming over normen is niet nodig, maar het is wel raadzaam het standpunt van de ander te kennen. De rekenkamer kan daar dan op inspelen bij de formulering van haar oordelen en aanbevelingen.

Offertetraject

Aangeraden wordt minimaal drie bureaus te benaderen voor het uitbrengen van een offerte. Zeker bij wat meer specialistische onderwerpen, kan het nuttig zijn om via het internet gespecialiseerde bureaus of onderzoeksinstellingen op het spoor te komen. Ook bij andere rekenkamers, die vergelijkbaar onderzoek hebben laten doen, kunnen inlichtingen worden ingewonnen. Ook afdelingen van andere gemeenten kunnen vaak goede suggesties doen. Met name ten aanzien van onderzoek naar ‘inhuur van derden’, ‘grondexploitatie’ en ‘subsidiebeleid’ bestaat inmiddels veel ervaring bij lokale rekenkamers. De databanken van De Lokale Rekenkamer (www.delokalerekenkamer.nl) en de NVRR (www.rekenkamers.nl) bieden toegang tot een groot aantal rapporten.

Stappen offertetraject

Volg in het offertetraject de volgende stappen:

  • Benader kandidaat opdrachtnemers telefonisch met de vraag of ze in principe bereid zijn mee te doen met het offerte traject.
  • Stuur ze vervolgens (per e-mail) het onderzoeksplan toe met het verzoek om op basis daarvan een offerte uit te brengen. Het is raadzaam daarbij ook aan te geven welke elementen op welke wijze in ieder geval in de offerte opgenomen moeten worden. Dit betreft in ieder geval:
  • het toetsingskader dat in het onderzoek wordt gehanteerd. Tussen onderzoeksbureau en rekenkamer(commissie) zal op dit punt volstrekte overeenstemming moeten bestaan;
  • ervaring en deskundigheden in het onderzoeksteam;
  • per persoon uitgesplitst wie voor hoeveel uur wordt ingezet;
  • een opgave door het onderzoeksbureau van opdrachten die (op het onderzoeksterrein) voor dezelfde gemeente zijn of worden uitgevoerd;
  • de eis van terugkoppeling van interview verslagen;
  • de terugkoppelingsmomenten aan de rekenkamer(commissie) (en eventueel aan de raad) en de verwachte bijdrage van de rekenkamer(commissie), bijvoorbeeld door regelmatige voortgangsrapportage aan en periodieke bespreking met de rekenkamer.
  • Geef het onderzoeksbureau informatie over de rekenkamer en wijs op het specifieke karakter van rekenkameronderzoek.
  • Maak meteen duidelijk welke bijdrage van het bureau na afloop van de uitvoering nog wordt verwacht, bijvoorbeeld bij de presentatie van het onderzoeksrapport in de raad(scommissie).
  • Maak na ontvangst van alle offertes een selectie van de bureaus die in principe in aanmerking zouden kunnen komen voor de opdracht. Nodig deze bureaus uit voor een gesprek over de offerte.
  • Laat na het gesprek zo nodig nog een herziene offerte maken en maak tenslotte de keuze op basis van de (herziene) offerte en het gesprek.
  • Plan een evaluatie in met het onderzoeksbureau nadat het rapport is behandeld.

De NVRR heeft een handig sjabloon ter ondersteuning van de offerte aanvraag gepubliceerd.

Keuze voor een externe onderzoeker

Op basis van de offertes en de mondelinge toelichting kan de keuze voor een bureau worden gemaakt. Alhoewel er allerhande criteria zijn waaraan offertes kunnen worden beoordeeld, gaat het uiteindelijk toch vooral om het vertrouwen bij de opdrachtgever dat de opdrachtnemer echt in staat is dat onderzoek uit te voeren.

Belangrijke (hulp) criteria zijn:

  • kennis en ervaring van de onderzoeker(s);
  • de mate waarin zij blijk geven uw onderzoeksvragen te begrijpen en van een antwoord te kunnen voorzien;
  • ingewonnen referenties;
  • uw geloof in een goede invulling van de opdracht;
  • en natuurlijk ook: een goede prijs/kwaliteitverhouding van het onderzoek.

Hanteer eigen leveringsvoorwaarden

Let ook op de leveringsvoorwaarden. De meeste bureaus brengen u offerte uit op basis van hun eigen leveringsvoorwaarden, en soms willen die nog wel eens erg beschermend zijn voor het bureau zelf. Daarom is het verstandig dat de rekenkamer(commissie) haar eigen voorwaarden hanteert. Het bureau dat het onderzoek gaat uitvoeren wordt gevraagd daarmee akkoord te gaan.  De voorwaarden van de externe partij worden vervolgens expliciet uitgesloten in de opdrachtbrief.

Specifieke rekenkamerbepalingen in het contract

Specifieke rekenkamerbepalingen in het contract zijn bepalingen ten aanzien van:

  • Kosten voor meerwerk (m.n. als gevolg van hoor -wederhoor, vragen uit de raad etc.);
  • Vertrouwelijkheid;
  • Toegang tot gegevens;
  • Eigendom van rapporten;
  • Het eigendom van stukken/dossiers;
  • De omgang met citaten en verslagen;
  • Public relations (woordvoerderschap)
  • De wijze waarop het extern bureau in het onderzoeksrapport wordt vermeld,  bijvoorbeeld:
    • rapport in huisstijl extern bureau;
    • rapport met logo extern bureau en rekenkamer;
    • rapport in huisstijl rekenkamer met vermelding van bureau.

Normen Goudvink NVRR

Bij de beoordeling van de inzendingen voor de Goudvink van de NVRR wordt een rapport als volgt beoordeeld.

1 Basiskwaliteit rapporten Toelichting
1.1 In het rapport is een beschrijving opgenomen van:
a. Reden onderwerpkeuze;
b. Beschrijving onderzoeksonderwerp;
c. Onderzoeksvragen;
d. Onderzoeksaanpak;
e. Databronnen;
f. Gehanteerde normen;
g. Eventuele beperkingen van het onderzoek.
1.2 De onderzoeksbevindingen zijn onderbouwd met valide en betrouwbare data. De bevindingen geven antwoord op de onderzoeksvragen. De bevindingen zijn terug te leiden naar onderbouwende data. De data voldoen aan de eisen van validiteit en betrouwbaarheid. Validiteit betekent dat de beschreven bevindingen aansluiten bij wat er gemeten is (ofwel: er is gebruik gemaakt van de juiste indicatoren). Een voorbeeld: als je de punctualiteit van het treinverkeer wilt meten, is klanttevredenheid van treinreizigers een minder valide indicator dan het aantal treinen dat jaarlijks te laat vertrekt. Betrouwbaarheid betekent dat de gemeten waarde representatief is voor de werkelijke waarde (de uitkomsten zijn dus niet afhankelijk van ‘toevalligheden’). De betrouwbaarheid van een meting kun je bijvoorbeeld vergroten door een meting een aantal malen te herhalen (onder verschillende omstandigheden) en te middelen. Bevindingen op basis van meerdere bronnen die ook nog eens dezelfde kant op wijzen, wijzen op een hogere betrouwbaarheid.
1.3 De conclusies en oordelen sluiten aan op de bevindingen. Oordelende conclusies zijn gebaseerd op een heldere norm. De conclusies zijn congruent met de bevindingen. Dit wil zeggen dat ze te herleiden zijn tot (valide en betrouwbare) bevindingen. Alle relevante bevindingen (zowel positief als negatief) dienen evenwichtig te zijn meegenomen in de conclusies. Een conclusie bevat geen nieuwe data. Bij oordelende conclusies zijn de bevindingen afgezet tegen een heldere norm (een oordeel moet niet uit de lucht komen vallen). Voorbeeld van een conclusie met een onheldere norm: “Er waren maar weinig projecten die in voldoende mate een bijdrage leverden aan de kwaliteit van de arbeidsverhoudingen” (hoeveel is weinig en wanneer is een bijdrage voldoende? Als hier geen heldere norm voor is, houd de conclusies dan feitelijk en dicht bij de bevindingen: X projecten hadden een bijdrage van Y).
1.4 De aanbevelingen hebben een logische relatie met de oordelen en bevindingen en zijn concreet geformuleerd Aan de aanbevelingen moeten oordelen en bevindingen ten grondslag liggen. Een aanbeveling kan niet haaks staan op een oordeel of bevinding. De aanbevelingen geven antwoord op de WWWHW-vragen: waarom, wie, wat, hoe en wanneer.
1.5 Het rapport is toegankelijk (‘lezersvriendelijk’). Het rapport bevat een heldere structuur en duidelijk taalgebruik.
CONCLUSIE
  • Voldoet het rapport aan de basiskwaliteitseisen?
  • Wat zijn opvallend sterke punten van het rapport?

2 Doorwerking Onderzoek Toelichting
2.1 Wat heeft de rekenkamer(commissie) gedaan om doorwerking van een onderzoek te bevorderen? Open vraag. Antwoorden zoveel mogelijk onderbouwen met ‘bewijsmateriaal’. Enkele voorbeelden waaraan gedacht zou kunnen worden (geen limitatieve opsomming):

  • Het onderzoek sluit aan bij de actualiteit in de gemeenteraad en is politiek relevant;
  • De rekenkamer(commissie) heeft (andere) interventies gepleegd om de doorwerking van het onderzoek te vergroten (denk aan rondetafelgesprekken, workshops, opstellen handreikingen etc.);
  • De vormgeving van het onderzoek is zodanig gekozen dat onderwerp en uitkomsten herkend en geaccepteerd worden, bijvoorbeeld door tussentijds mondeling of schriftelijk overleg te communiceren met de onderzochten en door de onderzochten te betrekken bij de vorming van het normenkader;
  • Het onderzoek besteedt aandacht aan de verschillende (deel)belangen van de actoren (raad, B&W, ambtelijke organisatie, e.a.) op het onderzochte beleidsterrein, bijvoorbeeld door de conclusies en aanbevelingen per actor te benoemen.
2.2 Waaruit blijkt de doorwerking? Open vraag. Antwoorden zoveel mogelijk onderbouwen met ‘bewijsmateriaal’. Enkele voorbeelden waaraan gedacht zou kunnen worden (geen limitatieve opsomming):

  • Het college en/of de ambtelijke organisatie heeft de onderzoeksresultaten gebruikt, bijvoorbeeld bij de formulering/aanpassing van (nieuw) beleid;
  • De gemeenteraad heeft naar aanleiding van het onderzoek vragen gesteld aan het college en/of moties ingediend en aangenomen;
  • De gemeenteraad heeft de aanbevelingen overgenomen;
  • De gemeenteraad heeft het rapport geagendeerd voor raadsbehandeling  (plenair en/of in functionele raadscommissie).

Communicatie en publicatie rekenkamerrapport

De publicatie van een rekenkamerrapport vergt een zorgvuldige voorbereiding. Meestal is het goed te streven naar extra publiciteit, zodat het rapport en de voornaamste bevindingen, conclusies en aanbevelingen daaruit meer bekendheid kunnen krijgen.
Extra publiciteit kan worden verkregen bijvoorbeeld door het geven van interviews, presentaties en het schrijven van artikelen.
De rekenkamer kan ook bijeenkomsten organiseren, waarin de onderzoeksresultaten worden besproken. Voorbeelden hiervan zijn expertmeetings (met externe deskundigen of met ervaringsdeskundigen uit andere gemeenten en maatschappelijke organisaties). Het organiseren van deze bijeenkomsten gaat meestal in overleg met de griffie.

Publicatiedatum rekenkamerrapport

Probeer de publicatiedatum zo te kiezen dat de boodschap op een zo effectief mogelijke manier wordt overgebracht. Dit betekent dat er bewust voor kan worden gekozen om bijvoorbeeld juist voor of na de behandeling van de voorjaarsnota of begroting te publiceren. Een aandachtspunt bij de planning van een publicatiedatum zijn eventuele gemeenteraadsverkiezingen of een vakantieperiode. Een richtlijn zou kunnen zijn gedurende een bepaalde periode (x-aantal weken /maanden) geen rapport te publiceren, vanwege mogelijke politieke gevoeligheden.

Tips

  • Wijs binnen de rekenkamer(commissie) één woordvoerder aan die de media te woord staat.
    • Meestal is dit de directeur of voorzitter van de rekenkamer(commissie).
    • Ook kan bijvoorbeeld het eerst verantwoordelijke (commissie)lid voor een bepaald onderzoek de woordvoerder zijn.
    • Om verwarring te voorkomen is dat bij gemengde rekenkamercommissies bij voorkeur een extern lid. Immers, als een raadslid over het rekenkamerrapport in de media het woord voert is het risico groot dat het rekenkamerstandpunt, een eigen standpunt en het fractiestandpunt niet meer te ontwarren zijn. Dit geldt des te meer wanneer het gaat om oordelen en aanbevelingen.
  • Kondig een week voor de publicatiedatum het verschijnen van het rapport aan bij de raadsleden en collegeleden. Zo worden zij niet verrast wordt door de publicatie.
  • Leg in de week voorafgaand aan de publicatiedatum selectief contact met media. Zo krijgen zij de gelegenheid een artikel (interview) voor te bereiden, dat op de publicatiedatum wordt gepubliceerd. Stuur ze het rapport onder embargo. Schending van het embargo dient gevolgen te hebben voor het betreffende medium.
  • Vraag vooraf de tekst van een artikel ter inzage om eventuele onjuistheden te corrigeren.
  • Gun de plaatselijke krant de primeur.
  • Zorg ervoor dat raadsleden en collegeleden het rapport en (eventueel) het bijbehorende persbericht een dag voor de publicatiedatum (onder embargo) in handen hebben.
  • Stuur op de publicatiedatum een persbericht naar de media en houd eventueel een persconferentie. Hierbij kunnen al dan niet de betrokken bestuurders en ambtenaren aanwezig zijn.
  • Let er op dat de toon in het persbericht dezelfde is als de toon in het rapport. Het inkorten van de tekst van een rapport tot een persbericht gaat onherroepelijk ten koste van de nuance, maar mag niet leiden tot een kritischer of juist positiever toonzetting dan in het rapport.
  • Zorg voor een exclusief interview met het belangrijkste lokale persmedium.
  • Nodig bij ingewikkelde of gevoelige onderwerpen journalisten expliciet uit voor een mondelinge toelichting. Niets is zo vervelend als een faliekant verkeerde kop boven een krantenbericht over een onderzoeksrapport.
  • Plaats het rapport en het persbericht meteen – maar pas nádat college en raad er over kunnen beschikken – op de website van de rekenkamer(commissie).

Enige tijd na de publicatie vindt de presentatie van het rekenkamerrapport aan de raad plaats.

Mulier Debat – Rekenkamers en Sport. Effectief sportbeleid in tijden van bezuinigingen en decentralisatie

Het Mulier Debat wordt voor deze gelegenheid georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR).

De NVRR constateert een toename van sportgerelateerde rekenkameronderzoeken mede als gevolg van de bezuinigingen op sport en de toegenomen decentralisatie en afwenteling van taken op vrijwillige organisaties. Hierdoor is een toenemende behoefte aan kennis op het terrein van sport(beleid) waar te nemen vanuit de Rekenkamercommissies.

Tijdens het Mulier Debat wordt de aanwezige sportkennis samengebracht en vanuit het perspectief van rekenkameronderzoek bediscussieerd, met als doel te komen tot een ‘common body of knowledge’ voor rekenkameronderzoek in de sport.

Het Mulier Debat sluit hiermee aan bij de doelen van de NVRR om kennis en ervaring uit te wisselen, zodat met goed en onafhankelijk onderzoek wordt bijgedragen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur.

Algemene Ledenvergadering en Mini-congres NVRR

Op 22 november organiseert de NVRR de tweede Algemene Ledenvergadering. Aansluitend daarop is mede vanwege het 10-jarig jubileum van de vereniging, een mini-congres georganiseerd.

Voor de Algemene Ledenvergadering worden alleen de voorzitters of hun afgevaardigden van rekenkamers en rekenkamercommissies verwacht. U bent welkom vanaf 10.30 uur voor ontvangst en registratie. 

Tijdens de Algemene Ledenvergadering, die duurt van 11.00 uur tot 13.00 uur, worden de leden geïnformeerd over een meerjarenbeleidplan en het jaarplan 2014 en wordt Arno Visser voorgesteld als bestuurslid namens de Algemene Rekenkamer, als vervanging van Kees Vendrik.

Om 13.00 uur is een gezamenlijke lunch en om 14.00 uur begint het mini-congres. Het mini-congres  is ook toegankelijk voor rekenkamerleden en anderen die zijn betrokken bij rekenkamerwerk en u bent van harte welkom vanaf 13.00 uur.

Tijdens deze middag wordt voor het eerst de Goudvink – nieuwe stijl – uitgereikt door Ferd Crone. Hij is burgemeester van Leeuwarden en tevens voorzitter van de Goudvink jury. Na de pauze worden een aantal zeer actuele onderworpen besproken en uitgelegd. 

Programma & Agenda

10.30 – 11.00 uur Ontvangst en registratie voor de ALV
11.00 – 13.00 uur ALV (klik hier voor de stukken)
 

Agenda:

1. Opening en vaststelling agenda 

2. Mededelingen van het bestuur 

3. Vaststellen van het concept verslag van de ALV 19 april 2013 

4. Benoeming Arno Visser als bestuurslid namens de AR 

5. Meerjarenbeleidplan 

6. Jaarplan 2014 

7. Rondvraag 

8. Sluiting 

13.00 – 14.00 uur Lunch en netwerken, inloop voor deelnemers middagprogramma
Vanaf 14.00 uur Mini Congres
14.00 – 15.00 uur Uitreiking Goudvink, inclusief een toelichting op criteria en  proces door de Commissie Goudvink
15.00 – 15.15 uur Pauze 
15.15 – 17.00 uur
  • Decentralisatie 
  • Presentatie Leidraad bij het Haagse sociaal domein (Kansenkaart voor herinrichting)

    door Ing You Tan of Mirjam Swarte; 
  • Kennis delen en samenwerken 
17.00 – 18.00 uur Borrel en netwerken
18.00 uur Diner voor genodigden

U kunt met het aanmeldingsformulier aangeven of u alleen 's morgens/alleen 's middags/de gehele dag aanwezig bent. Komt u met collega's van dezelfde rekenkamer, meldt u zich dan apart aan. 

Bent u voorzitter van meerdere rekenkamers, doet u de organisatie een groot plezier ook dit aan te geven op het formulier. Mocht u nog vragen hierover hebben, kunt u te allen tijde contact opnemen met het secretariaat.

Mulier Debat – Rekenkamers en Sport. Effectief sportbeleid in tijden van bezuinigingen en decentralisatie

Het Mulier Debat wordt voor deze gelegenheid georganiseerd in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR).
De NVRR constateert een toename van sportgerelateerde rekenkameronderzoeken mede als gevolg van de bezuinigingen op sport en de toegenomen decentralisatie en afwenteling van taken op vrijwillige organisaties. Hierdoor is een toenemende behoefte aan kennis op het terrein van sport(beleid) waar te nemen vanuit de Rekenkamercommissies.

Tijdens het Mulier Debat wordt de aanwezige sportkennis samengebracht en vanuit het perspectief van rekenkameronderzoek bediscussieerd, met als doel te komen tot een ‘common body of knowledge’ voor rekenkameronderzoek in de sport.
Het Mulier Debat sluit hiermee aan bij de doelen van de NVRR om kennis en ervaring uit te wisselen, zodat met goed en onafhankelijk onderzoek wordt bijgedragen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur.

Najaarsbijeenkomst Kring Waterschappen

Delft, 30 september 2013

Geachte leden van Rekenkamers en Rekenkamercommissies van waterschappen en genodigden,

Op 3 juli 2013 is onder de vlag van de NVRR door de voorzitters van Rekening- en Rekenkamercommissies van een tiental waterschappen de Waterkring opgericht.

Gaarne nodigt de Waterschapskring u uit voor de eerste najaarsbijeenkomst, welke zal plaatsvinden op donderdagmiddag 31 oktober aanstaande bij het Hoogheemraadschap van Delfland. De bijeenkomst zal worden gehouden in de Vijverzaal van het Gemeenlandshuis van Delfland, Phoenixstraat 32 in Delft.

Het Hoogheemraadschap van Delfland neemt de organisatie van de bijeenkomst voor haar rekening.

Thema van de bijeenkomst: “Verbonden partijen en PPS”.

De druk op de bedrijfsvoering van waterschappen is recent toegenomen. Zo hebben zij te maken met investeringsverplichtingen uit hoofde van de Deltawet, de KRW-opgaven, de afvalwaterverwerking waarbij met gemeenten moet worden samengewerkt en het Bestuursakkoord Water. Tegelijkertijd zijn de mogelijkheden voor waterschappen om via verhoging van waterschapsheffingen de investeringsopgaven te financieren beperkt mede door de economische crisis. De crisis heeft geleid tot koopkrachtverlies bij ingezetenen en lagere omzet en winstgevendheid van het bedrijfsleven. 

De grotere investeringsopgave bij begrensde financieringsmogelijkheden maakt dat maatregelen nodig zijn om grotere doelmatigheid en doeltreffendheid respectievelijk rechtmatigheid in het omgaan met publieke middelen te realiseren.

De najaarsbijeenkomst staat in het teken van enkele instrumenten die daarbij behulpzaam kunnen zijn. Het gaat dan vooral om samenwerking tussen verschillende overheden (gemeenschappelijke regelingen) en samenwerking met de private sector (publiek private samenwerking). Ervaringen die zijn opgedaan bij het Rijk en gemeenten komen daarbij over het voetlicht. Naast voordelen komen ook nadelen aan de orde. Tenslotte wordt het bijzondere geval van de samenwerking in de afvalwaterketen bezien voor de Limburgse waterschappen.

Het functionele karakter van de waterschappen komt behalve in het beperkte takenpakket ook tot uitdrukking in haar financiering. Voor de belangrijkste inkomstenbron van de waterschappen, de waterschapsheffingen, geldt een geheel eigen regiem waarbij er veel discussie is welke partijen in welke mate aan de lat staan. Hieraan wordt apart aandacht besteed. 

Programma

12.30 – 13.00 uur       Inloop met broodjesbuffet

13.00 – 13.10 uur       Verwelkoming en introductie Waterschapskring door de heer A.P. Ranner,

                                    voorzitter Waterkring NVRR

13.10 – 13.30 uur       NVRR en rol en betekenis Rekenkamercommissies door de heer L. Markensteyn,

                                   voorzitter NVRR

13.30 – 14.00 uur       Kostentoedeling waterschapsheffingen door de heer A.G. Wiegman,

                                   hoogheemraad Financiën, Hoogheemraadschap van Delfland


14.00 – 14.05 uur       Discussie


14.05 – 14.50 uur       Pauze en rondleiding Gemeenlandshuis

14.50 – 15.20 uur       Rekenkamerfunctie in de staatsrechtelijke inrichting en verschillende 

                                   bestuurslagen door de heer A.P. Visser, lid college Algemene Rekenkamer


15.20 – 15.25 uur       Discussie

 

15.25 – 15.55 uur       Voor- en nadelen Publiek Private Samenwerking door de heer F.J. van der Vliet,

                                    lid directie Nederlandse Waterschapsbank


15.55 – 16.05 uur       Discussie


16.05 – 16.35 uur       Afvalwaterverwerking: Publieke en of private organisaties door de heer P.J.P. de

                                   Lange, lid dagelijks bestuur Waterschap Peel en Maasvallei/lid algemeen bestuur

                                   Waterschapsbedrijf Limburg


16.35 – 16.45 uur       Discussie

 

16.45 – 16.50 uur       Afsluiting


16.50 – 17.30 uur       Borrel

 

Graag verneemt de organisatie van de najaarsbijeenkomst uiterlijk maandag 28 oktober aanstaande of u komt. Graag ook aangeven of er meerdere belangstellenden zijn.

U kunt zich aanmelden via e-mail aan mwood@hhdelfland.nl onder vermelding van naam, voorletters, functie, naam organisatie en e-mailadres.

Een routebeschrijving kunt u vinden op de website van Delfland www.hhdelfland.nl. Parkeren is mogelijk in de naast het Gemeenlandshuis van Delfland gelegen Phoenixgarage aan de Phoenixstraat in Delflt.

Met vriendelijke groet,

drs. A.P. Ranner

voorzitter Waterkring NVRR

Leergang Effectief Beleidsonderzoek – 1, 15 en 29 november 2013

Na een geslaagde voorgaande editie zal in november van dit jaar een tweede editie van de interactieve ‘Leergang Effectief Beleidsonderzoek’ van start gaan.

Inhoud & Programma:

Ook dit keer zal de leergang in het teken staan van de rol die beleidsonderzoek en –advies spelen bij de vormgeving van beleid op regionaal en lokaal niveau. Aan de hand van laatste theorievorming, praktijkvoorbeelden en casuïstiek zal onder andere aandacht worden geschonken aan thema’s als:

  • ‘Management van beleidsonderzoek’,
  • ‘Nieuwe en veelbelovende methoden en technieken voor beleidsonderzoek’,
  • ‘De beleidstheorie als schakel tussen beleidsontwikkelaar en kennisdrager’, en
  • ‘Vergroting van het rendement van beleidsonderzoek’.

Voor meer informatie over het programma en de te behandelen onderwerpen verwijs ik u graag naar de volledige brochure op de website.

Vakdocenten:

De leergang wordt gegeven door professionals uit het veld, te weten:  Peter van Hoesel, Frans Leeuw,  Roel in ’t Veld, Bart Dekker en Yvonne Prince. 

 

Doelgroep:

De leergang is zowel bedoeld voor beleidsonderzoekers als voor toezichthouders en evaluatoren die werkzaam zijn op het regionale en lokale niveau.

 

Data & Locatie:

De leergang beslaat 6 dagdelen verdeeld over 3 vrijdagen in november. Het betreft meer specifiek de vrijdagen 1, 15 en 29 november 2013. De leergang zal worden georganiseerd in Utrecht (La Place, Hoog Catherijne).

 

Direct inschrijven?

U kunt zich nu aanmelden via het online inschrijfformulier. Let op: deelname aan deze leergang is beperkt om interactie te optimaliseren! Inschrijvingen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Leden van de VSO en de NVRR ontvangen €350,- korting op deelname.

Een link naar het inschrijfformulier treft u hier:  http://science-works.nl/registratie-leergang-effectief-beleidsonderzoek/

Voorjaarscursus rekenkameronderzoek EUR – NVRR (2e blok)

Het verrichten van rekenkameronderzoek is een opgave waar alle gemeenten en provincies in Nederland op dit moment mee te maken hebben. De rol en betekenis van rekenkamers wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het onderzoek dat wordt verricht. Er zijn al veel rekenkameronderzoeken gepubliceerd en deze werken op allerlei manieren door in het openbaar bestuur. De doorwerking van rekenkameronderzoek wordt het best gefaciliteerd door een onberispelijke kwaliteit van het onderzoek.

De postacademische cursus Rekenkameronderzoek wordt verzorgd door de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de NVRR en is bedoeld om handvatten te bieden voor het opzetten en (laten) uitvoeren kwalitatief hoogwaardig rekenkameronderzoek.

In april 2014 wordt de cursus voor de negende keer georganiseerd. De vijfdaagse cursus wordt aangeboden in twee blokken van respectievelijk drie en twee dagen:

  • Woensdag 2 april 2014, donderdag 3 april 2014, vrijdag 4 april 2014 en
  • woensdag 16 april 2014 en donderdag 17 april 2014

Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de website van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Gezamenlijke bijeenkomst Kring Noord en Kring Oost

De Kerngroep NVRR Kring Noord organiseert op vrijdag 8 november de najaarsbijeenkomst van de Kring Noord en we doen dat dit keer samen met de kring Oost (Overijssel en Gelderland). De bijeenkomst zal worden gehouden in het gemeentehuis van Kampen. Aanvangstijd: 14.00 uur, inloop vanaf 13.30 uur. Het thema van de bijeenkomst:

Welke rol kunnen de lokale rekenkamers spelen bij de transities in het sociale domein?

Met de drie transities in het sociale domein komen er omvangrijke nieuwe taken op de gemeenten af. Het gaat om het overdragen van AWBZ-taken, de jeugdzorg en de participatie. Deze transities gaan tevens gepaard met een forse bezuiniging en een veranderende relatie tussen overheid en burger. De overdracht van deze taken betekent ook dat deze tot het onderzoeksterrein van lokale rekenkamers gaan behoren. Op 8 november willen we graag met u in discussie over wat dat voor de rekenkamers betekent, op welke wijze we daar vorm aan kunnen geven en wat we kunnen leren van de ervaringen van instellingen die voorheen onderzoek deden naar deze beleidsvelden.

De voorbereidingscommissie is op dit moment bezig met het invullen van de middag, aan u het verzoek om deze datum alvast in uw agenda te noteren. In de loop van oktober kunt u dan de definitieve uitnodiging tegemoet zien.

Gelet op de inhoud van het thema zijn ook de griffiers van de gemeenteraden van Noord en Oost uitgenodigd.

U kunt zich alvast aanmelden bij de secretaris van de Kring noord (jrijpma@leeuwarden.nl) of de secretaris van de Kring oost (a.deboer@almelo.nl). 

Met vriendelijke groet,

Michiel Herweijer           voorzitter NVRR Kring Noord

Piet de Jong                      voorzitter NVRR Kring Oost

Conferentie “De Rekenkamerfunctie vanaf maart 2014”

'De Rekenkamerfunctie vanaf maart 2014: meer resultaat met minder geld'. Meer informatie vindt u op www.bmc.nl/rekenkamerfunctie.

Hoe kan de Rekenkamerfunctie na de raadsverkiezingen van 2014 worden georganiseerd, gezien de ervaringen tot nu en de noodzaak om beter te presteren met minder geld. Wat kan de griffier de nieuwe gemeenteraad het best adviseren

NVRR Congres

Het jaarcongres van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) is in 2014 geheel gewijd aan het thema samenwerking. Er zijn genoeg redenen om dit thema te kiezen.

  • Decentralisaties in het sociale domein zijn complex en omvangrijk en versterken de neiging tot samenwerking
  • De objecten van onderzoek worden steeds complexer en omvangrijker
  • Gemeenschappelijke regelingen komen steeds frequenter voor
  • Er wordt steeds meer samengewerkt door overheden
    • Met elkaar
    • Met semi-particuliere bedrijven
    • Met particuliere bedrijven
  • Samen onderzoek doen, samen werken aan kwaliteit, samen optrekken bij de vormgeving van horizontale controle: het zijn de uitdagingen in rekenkamerland

Meer over het congres, de kosten en hoe aan te melden leest u op de Congreswebsite >>>

NVRR Kring Noord: ervaringen delen, netwerkvorming, samen werken aan kwaliteit

Zoals aangekondigd organiseert de Kerngroep NVRR Kring Noord op donderdag 13 juni de voorjaarsbijeenkomst van de Kring Noord. De bijeenkomst zal worden gehouden in Zuidhorn, in het gemeentehuis. Aanvangstijd: 18.00 uur. Het thema van de bijeenkomst:

Een goed onderwerp selecteren, hoe pak je dat aan? En wat ís eigenlijk een goed onderwerp?

Aanleiding voor dit thema was de bevinding in het NVRR-onderzoek 'De staat van de rekenkamer' dat raden vaak vraagtekens plaatsen bij de relevantie van onderwerpen die door de rekenkamercommissie voor onderzoek worden geselecteerd. Een belangrijk punt van onvrede.

De bedoeling van de bijeenkomst is, zoals gebruikelijk, om met elkaar van gedachten te wisselen over het dagthema. Wat zijn onze eigen ervaringen met het selecteren van onderzoeksonderwerpen? Welke inzichten ontlenen we daaraan? Achterliggende bedoeling: meer grip krijgen op het selecteren van geschikte onderzoeksonderwerpen t.b.v. vruchtbaar rekenkameronderzoek.

Vóór de pauze zal een aantal inleidingen worden gehouden ter voorbereiding op de werkgroepbespreking. Voor de tweede inleiding hebben we een gastspreker uitgenodigd, mw. Sylvia Hosman-Benjaminse, voorheen Inspecteur voor de Volksgezondheid en momenteel Statenlid Fryslân. Zij zal vanuit de optiek van volksvertegenwoordiger spreken over de onderwerpen die voor rekenkameronderzoek worden geselecteerd.

Het spoorboekje van de bijeenkomst is als volgt:

 

18.00 uur:             ontvangst met soep en broodjes

18.30 uur:             opening door dagvoorzitter Ina Middelkamp (griffier Westerveld, lid Kerngroep

                              NVRR Kring Noord)

18.35 uur:             welkom door de leden van de raad van Zuidhorn René Westerhoff-Dijkinga

                              en Hans Schipper

18.40 uur:             inleiding door Pim Praat (lid Rekenkamercommissie Leek-Marum-Zuidhorn  

                             secretaris Kerngroep)

18.55 uur:             casus: Peter Polhuis over een niet-doorgegane onderwerpskeuze (pitch)

19.00 uur:             mw. Sylvia Hosman-Benjaminse, lid Provinciale Staten van Fryslân, de optiek van een

                             volksvertegenwoordiger over onderwerpkeuzes

19.20 uur:             koffiepauze

19.35 uur:             werkgroepen onder leiding van Nysius van Rijn, Peter Kommerij en n.n.t.b.

20.25 uur:             plenaire afsluiting, huishoudelijk mededelingen

20.35 uur:             borrel tot ca. 21.00 uur

18.00 uur:             ontvangst met soep en broodjes

18.30 uur:             opening door dagvoorzitter Ina Middelkamp (griffier Westerveld, lid Kerngroep

                              NVRR Kring Noord)

18.35 uur:             welkom door de leden van de raad van Zuidhorn René Westerhoff-Dijkinga

                               en Hans Schipper

18.40 uur:             inleiding door Pim Praat (lid Rekenkamercommissie Leek-Marum-Zuidhorn

                              horn, secretaris Kerngroep)

18.55 uur:             casus: Peter Polhuis over een niet-doorgegane onderwerpskeuze (pitch)

19.00 uur:             mw. Sylvia Hosman-Benjaminse, lid Provinciale Staten van Fryslân, de optiek van een

                               volksvertegenwoordiger over onderwerpkeuzes

19.20 uur:             koffiepauze

19.35 uur:             werkgroepen onder leiding van Nysius van Rijn, Peter Kommerij en n.n.t.b.

20.25 uur:             plenaire afsluiting, huishoudelijk mededelingen

20.35 uur:             borrel tot ca. 21.00 uur

Gelet op de inhoud van het thema zijn ook de griffiers van de Noordelijke gemeenteraden uitgenodigd.

Mede in dit verband: de capaciteit in Zuidhorn is beperkt: 75 deelnemers. We werken dit keer daarom met vooraanmelding. Bent u van plan om te komen, laat ons dat dan via de mail weten.

Aan deelname zijn geen kosten verbonden, ook de soep en broodjes bij de ontvangst zijn voor rekening van de organisatie. Laat s.v.p. bij uw aanmelding wel even weten of u van deze late lunch-mogelijkheid gebruik wilt maken, de catering kan dan op de belangstelling worden afgestemd.

Aanmeldingen s.v.p. naar de secretaris van de Kerngroep: pja.praat@achtkarspelen.nl

N.b. Het gemeentehuis van Zuidhorn is goed per trein bereikbaar (ligt naast het station).

Tot ziens in Zuidhorn!

Michiel Herweijer

voorzitter Kerngroep NVRR King Noord

Lokale rekenkamers werken samen met AR

De NVRR en de Algemene Rekenkamer organiseren alweer de vijfde  bijeenkomst voor lokale en provinciale rekenkamers die willen samenwerken en/of kennis willen uitwisselen met elkaar en met de Algemene Rekenkamer.

Dit is een vervolg op eerdere bijeenkomsten waarin we concrete plannen maakten voor intensievere informatie-uitwisseling en samenwerking in het onderzoek. En deze plannen ook uitvoerden: denk bijvoorbeeld  aan de handreiking re-integratie, de overdracht van het waddenfonds,  het CJG onderzoek en verschillende klankbordbijeenkomsten.
Tijdens de werkbijeenkomst op 19 september willen we het thema decentralisatie centraal stellen alsmede de  meerwaarde van samenwerken op dit terrein. Denk daarbij bijvoorbeeld aan  onderwerpen als: de inrichting van de publieke verantwoording bij regionale bestuursmodellen, de positie van gemeenteraden en rekenkamers/rekenkamercommissies in relatie tot gemeenschappelijke regelingen, het creëren van synergie tussen het systeemniveau (rol Algemene Rekenkamer) en het beleids- en uitvoerend niveau van publieke taakbehartiging.
Graag komen we in contact met mensen die een speeddate of workshop zouden willen verzorgen, of die een idee rond dit thema naar voren willen brengen.
19 september 2013, 10.15 uur tot 14.30 uur, Lange Voorhout 8 te Den Haag. Het definitieve programma kunt u hieronder downloaden.
Informatie bij Gerrit Hagelstein: 06 – 55 12 12 81 gerrit.hagelstein@ede.nl of  Diny van Est: 070-3424185 of d.vanest@rekenkamer.nl.

Met de decentralisatie van de Participatiewet, Jeugdzorg en AWBZ per 2015 gaan gemeenten het de komende tijd druk krijgen. Dat kan ook van invloed zijn op de (controlerende) rol van gemeentelijke rekenkamers. De Algemene Rekenkamer wil bij de NVRR- bijeenkomst van 19 september over decentralisatie  een workshop geven die gaat over mogelijkheden tot samenwerking met lokale rekenkamers bij een onderzoek naar de Participatiewet.

De Algemene Rekenkamer wil vóór invoering van de Participatiewet  al onderzoek doen om vast te stellen of meer mensen aan werk geholpen kunnen worden tegen lagere kosten en hoe hier lokaal en landelijk over wordt verantwoord. Dit zal leiden tot publicatie in 2014.

De samenwerking met gemeentelijke rekenkamers kan op verschillende manieren worden vormgegeven: van het uitwisselen van ervaringen tot het verrichten van gezamenlijk onderzoek. In de workshop bekijken we wat het beste past. Bij een samenwerking  denken we aan vragen als hoe gemeenten hun taken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt nu uitvoeren en op welke wijze er verantwoording aan de gemeenteraad wordt afgelegd. Voor de Algemene Rekenkamer zijn deze vragen van belang om een landelijk beeld te vormen van wat de invoering van de Participatiewet betekent voor gemeenten. Gemeentelijke rekenkamers kunnen deze samenwerking gebruiken om risico’s te signaleren rond de invoering van de Participatiewet in hun eigen gemeente.

Geïnteresseerde rekenkamers en rekenkamercommissies kunnen zich binnenkort aanmelden voor deze workshop op 19 september. Nu al meer weten, of ideeën ? Neem contact op met Koos Postma.
K.Postma@rekenkamer.nl
070-3424344

Voorjaarscursus rekenkameronderzoek EUR – NVRR (eerste blok)

Het verrichten van rekenkameronderzoek is een opgave waar alle gemeenten en provincies in Nederland op dit moment mee te maken hebben. De rol en betekenis van rekenkamers wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van het onderzoek dat wordt verricht. Er zijn al veel rekenkameronderzoeken gepubliceerd en deze werken op allerlei manieren door in het openbaar bestuur. De doorwerking van rekenkameronderzoek wordt het best gefaciliteerd door een onberispelijke kwaliteit van het onderzoek.

De postacademische cursus Rekenkameronderzoek wordt verzorgd door de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de NVRR en is bedoeld om handvatten te bieden voor het opzetten en (laten) uitvoeren kwalitatief hoogwaardig rekenkameronderzoek.

In april 2014 wordt de cursus voor de negende keer georganiseerd. De vijfdaagse cursus wordt aangeboden in twee blokken van respectievelijk drie en twee dagen:

  • Woensdag 2 april 2014, donderdag 3 april 2014, vrijdag 4 april 2014 en
  • woensdag 16 april 2014 en donderdag 17 april 2014

Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar de website van de Erasmus Universiteit Rotterdam

‘Kennis & Beleid 2.0’ – congres Science Alliance

Introductie:

Het optimaal afstemmen van kennis en beleid is een complex proces. Een goede wetenschappelijke onderbouwing van beleid leidt tot duurzamer en doelmatiger beleid, maar kan ook leiden tot vertraging van het beleidsproces. Daarnaast is het optimaliseren van de verbinding tussen kennis en beleid niet alleen afhankelijk van de technische en financiële mogelijkheden, maar ook van politiek momentum en de continue veranderende maatschappij. Zo maken digitalisering en social media burgers niet alleen mondiger, maar leidt het ook tot mogelijkheden binnen de overheid om haar kennis zelf te organiseren, hoewel dit vaak te vluchtig is voor iets dat lijkt op ‘evidence based policy making’. Innovatie en effectiviteit is  daarom geboden om kennis en beleid samen te brengen om tot passend doelgericht beleid te komen. Dit congres richt zijn pijlen dan ook op de laatste ontwikkelingen en trends die hier aan bijdragen.

 

Soms is de onderlinge afstand te groot: denk aan de vele rapporten van planbureaus die nauwelijks doorwerken in het beleid. Soms is de afstand te klein: denk aan het klimaatdebat, waarin politieke doelen en waarheidsvinding soms door elkaar lopen. ‘

– Wim Derksen

 

Programma & thema’s:

Het programma van deze bijeenkomst, dat wordt voorgezeten door Wim Derksen (Hoogleraar Bestuurskunde), richt zich op verdergaande uitwisseling van kennis en ervaringen tussen beleidsmakers en beleidsonderzoekers. Daarbij zal enerzijds  gefocust worden op de laatste trends en ontwikkelingen in de relatie kennis en beleid. Anderzijds zal ruime aandacht worden besteed aan nieuwe methoden en technieken van beleidsonderzoek, die innovatie en creativiteit in het beleidsproces zouden kunnen brengen. Zowel ex-ante, ex-durante als ex-post. Om tot optimale synergie te komen kent het congres zowel plenaire sessies als parallelsessies en vragen wij u niet alleen uw oor te luister te leggen, maar moedigen u ook graag aan uw eigen praktijkervaringen met elkaar te delen. Kijk voor een overzicht van het programma en de thema’s  die aanbod komen op de congreswebsite.

Het internet gaat dwars door organisatie- en landsgrenzen heen.  Als overheid betekent 

dit dat je nu grotere groepen, meer organisaties, meer initiatieven tegelijkertijd

 bij je plannen kunt betrekken. En niet alleen op managementniveau. Beleidsvorming

 is door het internet aan het indalen tot elke-medewerker-niveau. ‘

– Davied van Berlo

Bevestigde sprekers:

Wim DerksenHoogleraar Bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam

Gosse van der VeenDirecteur-Generaal CBS

Krijn van BeekDirecteur Directie Strategie, Min. V&J en Voorzitter Strategieberaad Rijksbreed

Davied van BerloAmbtenaar 2.0

Annet BertramGemeentesecretaris van Den Haag

Bart DekkerAlgemeen directeur van Research voor Beleid Panteia

Dick HanemaayerOud-directeur B&A Groep

Peter van HoeselHoogleraar Toegepast Beleidsonderzoek, Erasmus Universiteit Rotterdam

Roel in ’t VeldHoogleraar Universiteit van Tilburg

Pierre KoningChief Science Officer, Ministerie SZW

Tom MerkxHoofd onderzoek en statistiek gemeente Nijmegen

Barend van der MeulenHoofd ‘Science System Assesment’ Rathenau Instituut

Harro RanterSocial Media Analist, Ministerie I&M

Jan StamanDirecteur Rathenau Instituut

Marleen StikkerDirecteur ‘Waag Society’

Hans DonkersDirecteur Panteia

Inschrijven:

Wilt u aanwezig zijn bij het congres en niks missen van de laatste ontwikkelingen en trends? Registreer u dan op onze website