Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: Secretariaat

Bijeenkomst Vide Evaluatorennetwerk donderdag 18 oktober a.s.

Responsieve Evaluatie: Aanpak, toepassingen op de praktijk & reflectie

Welke kansen heeft responsief evalueren ons anno 2018 te bieden? In welke contexten is het geschikt?

Hoe verhoudt de aanpak zich tot actuele discussies als die over big data en de onafhankelijkheid van opdrachtonderzoek?

Sprekers: 

•           Prof. dr. Tineke Abma, professor Participation & Diversity and Chair of the Department of Medical Humanities, Amsterdam UMC and senior researcher at the Amsterdam School of Public Health, Amsterdam

•           Mr. dr. B. (Bonne) van Hattum is verbonden als wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam en als Director Risk consulting bij PwC. Haar bijdrage is op persoonlijke titel.

•           Dr. Robert de Graaff, partner en senior adviseur ORG-ID. ORG-ID en Robert voeren strategische adviesopdrachten uit op het snijvlak van overheden en de samenleving (zie: org-id.org).

•           Dr. Peter van der Knaap, voorzitter VIDE en directeur SWOV, Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. Peter is gepromoveerd op de bijdragen van evaluatieonderzoek aan het leervermogen van de overheid

Op donderdag 18 oktober organiseert het Vide-Evaluatorennetwerk een bijeenkomst over Responsieve Evaluatie. Deze bijeenkomst past in een serie van bijeenkomsten over uiteenlopende evaluatiebenaderingen, waaronder Qualitative Comparative Analysis (QCA; maart 2016) en Outcome Harvesting (maart 2018).

Responsieve evaluatie – ook wel: vierde generatie evaluatie – is een evaluatiebenadering, ontwikkeld in de jaren tachtig en negentig, die verschillende stakeholder-perspectieven centraal stelt en beoogt wederzijds begrip te verhogen door middel van dialoog. Centraal in de evaluatie staan de personen en organisaties die te maken hebben met de te evalueren beleidskwestie, en die daarin uiteenlopende, vaak tegenstrijdige belangen hebben. In de evaluatie van een beleid wordt rekening gehouden met ervaringen en opvattingen van al de verschillende belangen. Belanghebbenden vervullen een actieve rol in de evaluatie in die zin dat de evaluatie het karakter kan aannemen van een onderhandeling. Dit houdt ook in dat responsieve evaluatie in veel gevallen niet alleen over het verleden gaat, maar dat meestal tegelijkertijd over verleden en toekomst wordt gesproken. De rol van de evaluator is niet meer die van afstandelijke beoordelaar maar die van betrokken mediator.

Opzet van de bijeenkomst

•           Tineke Abma heeft een belangrijke rol gespeeld in de introductie van responsieve evaluatie in Nederland. Zij houdt een inleiding over de principes van responsieve evaluatie, mede aan de hand van eigen praktijkervaringen.

•           Bonne van Hattum geeft een toepassing van en reflectie op de bruikbaarheid van responsief evalueren aan de hand van haar dissertatie over massaclaims.

•           Robert de Graaff spreekt over de bestuurlijke context (vooral: meer lokale en regionale regie) en de opbrengsten van de tussentijdse responsieve evaluatie Ruimtelijke Adaptatie.

•           Peter van der Knaap sluit af met een commentaar.

•           Uitwisseling en debat met alle aanwezigen

•           Ter afsluiting is er een borrel

Middagvoorzitter: Nynke de Witte (Stuurgroep Vide-Evaluatorennetwerk, Ministerie van Financiën)

Programma

14:45-15:00 Inloop

15:00 Opening door Nynke de Witte

15:05 Responsieve of ‘Vierde generatie-’ evaluatie: Tineke Abma

15:30 Toepassing op Massaclaims en reflectie: Bonne van Hattum

15:55 Toepassing op Ruimtelijke Adaptatie en reflectie: Robert de Graaff

16:20 Commentaar door Peter van der Knaap  

+/-16:30 Discussie sprekers en zaal – mede op basis van enkele stellingen – o.l.v. Nynke de Witte

17:00 Afsluitende borrel

Datum: donderdag 18 oktober 2018

Aanvang: 15.00 – 17.00 uur (aansluitend een borrel

Locatie: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Parnassusplein 5 te Den Haag, Zaal B-04.33.VZ (Apollozaal @)

Aanmelden: via een mail naar secretariaat@videnet.nl

Kosten: er zijn aan deze bijeenkomsten geen kosten verbonden

We begroeten u graag op 18 oktober!

Met vriendelijke groet,

Vide Evaluatorennetwerk

Jubileumseminar 20 jaar Rekenkamer Rotterdam

Jubileumseminar 20 jaar Rekenkamer Rotterdam 1 november 2018

Op donderdag 1 november 2018 vindt het jubileumseminar 20 jaar Rekenkamer Rotterdam plaats met als thema “Publieke waarde in de knel. Op zoek naar het juiste spoor”.

12.30 – 13.00 uur inloop
13.00 – 13.05 uur opening (Jan van Belzen, burgemeester gemeente Barendrecht)
13.05 – 13.10 uur toelichting programma door dagvoorzitter (Bart Dekker)
13.10 – 13.35 uur Rode draden in onderzoeken Rekenkamer Rotterdam (Paul Hofstra en Kees de Waijer)
13.35 – 14.25 uur Publieke waardecreatie en verantwoording (Martijn van der Steen)
14.25 – 14.50 uur pauze
14.50 – 15.40 uur Organisatieverandering naar publieke waarde in de praktijk (Rosanne Stotijn)
15.40 – 16.30 uur Succesvolle publieke waardecreatie door gemeenten (Scott Douglas)
16.30 uur afsluiting door dagvoorzitter
16.35 – 17.30 uur borrel

 

Publieke waarde in knel

Paul Hofstra (directeur) en Kees de Waijer (senior onderzoeker) van de Rekenkamer Rotterdam

houden een presentatie waarin zij op hoofdlijnen een aantal hardnekkige problemen schetsen (‘rode

draden’), die de rekenkamer in haar onderzoeken de afgelopen jaren is tegengekomen in het beleid

en bestuur van de gemeente Rotterdam. De gemeente ondervindt regelmatig problemen om haar

maatschappelijke doelen voor de inwoners van Rotterdam te realiseren. Het realiseren van publieke

waarde komt daarmee in de knel, terwijl dit misschien wel de belangrijkste taak is van de gemeente.

Op zoek naar het juiste spoor

Moet de gemeente zich minder laten leiden door principes van bedrijfsmatig werken en zich meer

richten op het bereiken van haar maatschappelijke doelen? De bestuurskundige benadering ‘Public

value’ houdt zich onder meer bezig met deze vraag. In het seminar zal worden verkend hoe deze

benadering de gemeente kan helpen het juiste spoor te vinden naar effectiever beleid voor haar

inwoners. Dit alles aan de hand van presentaties van enkele inspirerende en prikkelende sprekers uit

de kringen van wetenschap en openbaar bestuur. De sprekers reflecteren op de rode draden van de

rekenkamer én zetten daartegenover een ander perspectief, gericht op creatie van publieke waarde.

Martijn van der Steen schetst hoe een nieuwe manier van verantwoorden en evalueren nodig is

(ook voor rekenkamers) om te beoordelen of en hoe gemeenten publieke waarde creëren. Hij is

directeur van het onderzoeksinstituut van de NSOB en bijzonder hoogleraar Strategie en Toekomst

aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam, onder meer over

publieke waarde.

Rosanne Stotijn geeft een presentatie over hoe zij de organisatieverandering bij de Sociale

Verzekeringsbank, gericht op creatie van maatschappelijke meerwaarde, in de praktijk vormgeeft en

van een handelingsperspectief voor de uitvoering voorziet. Iedereen wil wel werken aan ‘de

bedoeling’ maar hoe doe je dat eigenlijk? Rosanne is programmamanager organisatievernieuwing bij

de SVB en werkt samen met het Leiden Leadership Center (Universiteit Leiden) in een onderzoek

naar wat het werken aan maatschappelijke meerwaarde in de praktijk vraagt van publiek

leiderschap.

Scott Douglas houdt een presentatie over publiekewaardecreatie, mede aan de hand van een in

september 2018 af te ronden onderzoek naar succesvolle publieke waardecreatie door gemeenten.

Hij is universitair docent in publiek management aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en

Organisatiewetenschappen en voert op dit moment het genoemde onderzoek uit in samenwerking

met de VNG.

Bart Dekker leidt als dagvoorzitter de bijeenkomst en zal onder meer na elke presentatie ruimte

geven aan reacties en vragen uit de zaal. Hij is directeur van het College voor de Rechten van de

Mens en redacteur bij beleidsonderzoek-online. Daarvoor was hij onder meer directeur bij Research

voor Beleid en Panteia, docent beleidsonderzoek bij de Erasmus Academie, docent beleidsevaluatie

bij ROI, lid van de rekenkamer Leiderdorp en auteur/redacteur van diverse publicaties over

beleidsonderzoek.

Locatie

Het seminar vindt plaats in het Rotterdam Marriott Hotel (Weena 686), pal tegenover station

Rotterdam Centraal.

 

 

Leermodule Meten & Verbeteren website gaat weer beginnen

Leer efficiënte methodes om de website van uw gemeente zelf te verbeteren met de leermodule Meten & Verbeteren website van VNG Realisatie. U kunt direct starten! De eerste workshop is in september.

De leermodule is speciaal ontwikkeld voor web-, communicatie- en dienstverleningsprofessionals van gemeenten die hun website willen meten en verbeteren. Al 170 gemeentecollega’s gingen u voor sinds april 2017. Zij beoordeelden de leermodule met een 8+. Jorgen Kremer, webmaster bij de gemeente Oegstgeest, geeft de module het rapportcijfer 9. “Deze module is bijna onmisbaar bij het verbeteren van de dienstverlening. En niet alleen de online dienstverlening.” U kunt zich nu inschrijven voor de nieuwe cursus.

Blended learning

U doorloopt de leermodule in uw eigen tempo in 10 tot 14 weken. De cursus bestaat uit een combinatie van online en offline leren (blended learning). Usability-onderzoek is inhoudelijk het belangrijkste onderdeel van de leermodule. U maakt kennis met dit soort onderzoek en voert het zelf uit. Tijdens het volgen van de leermodule kunt u zelf eenvoudig de belangrijkste gebruikersproblemen opsporen en uw website verbeteren. In de online leeromgeving voor gemeenten krijgt u uitleg. In twee eendaagse workshops geven gespecialiseerde docenten toelichting op de lesstof, kunt u ervaringen met medecursisten uitwisselen en de methode oefenen.

Aanmelden

Bij aanmelding via het aanmeldformulier kunt u direct starten met de online leermodule én u geeft zich op voor de twee workshops in Utrecht. Er zijn twee groepen:

Groep 1:

11 september – workshop 1 Aan de slag met het usability-onderzoek

27 november – workshop 2 Intervisie en kennis delen

Groep 2:

4 oktober – workshop 1 Aan de slag met het usability-onderzoek

13 december – workshop 2 Intervisie en kennis delen

PraktijkVoorbeeldenParade Sociaal Domein

In het najaar van 2018 organiseert de VNG, in samenwerking met de Werkplaatsen Sociaal Domein en ZonMw, voor de eerste keer de PraktijkVoorbeeldenParade Sociaal Domein. Drie regionale dagen waarin gemeenten en hun partners een podium krijgen om aan elkaar te laten zien wat zij waarmaken.

Gemeenten werken samen met maatschappelijke organisaties en inwoners aan een samenleving waarin iedereen naar vermogen kan en mag meedoen. Dit transformatiedoel vraagt om lokale, innovatieve en integrale manieren van werken. Wat lukt wel en wat lukt niet? Welke innovaties zijn succesvol? Wat maken we waar? Hoe maken we het waar? En bovenal: wat merken inwoners ervan?

Met deze parade van praktijkvoorbeelden kunnen we anderen inspireren, maar ook zelf geïnspireerd raken. Wat is er in jouw gemeente geslaagd? Waar ben je trots op? Laat het zien. Naar welke oplossingen ben jij nog op zoek? Wat kan er in jouw gemeente nog beter? Onderzoek tijdens de PraktijkVoorbeeldenParade Sociaal Domein hoe ze elders zaken aanpakken.

De parade vindt plaats op 24 september, 1 en 8 oktober 2018 in respectievelijk Rotterdam, Eindhoven en Zwolle.

Cursus Rekenkameronderzoek 2019

Cursus Rekenkameronderzoek 2019

Het uitvoeren van rekenkameronderzoek is een opgave waar alle gemeenten en provincies in Nederland verantwoordelijk voor zijn. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door lokale rekenkamers en rekenkamercommissies. Er zijn de afgelopen tien jaar al enorm veel rekenkameronderzoeken verschenen en deze werken op allerlei manieren door in het openbaar bestuur. Het is van belang de impact van rekenkameronderzoek zo groot mogelijk te laten zijn. Doorwerking van rekenkameronderzoek wordt in hoge mate gefaciliteerd door een onberispelijke kwaliteit van het onderzoek.

De postacademische cursus Rekenkameronderzoek wordt verzorgd door de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de NVRR en is bedoeld om handvatten te bieden voor het opzetten en (laten) uitvoeren van kwalitatief hoogwaardig rekenkameronderzoek.

Wanneer
In maart en april 2019 wordt de cursus voor de 15e keer georganiseerd. De 5-daagse cursus wordt aangeboden in twee blokken van respectievelijk 3 en 2 dagen:

Blok 1: dinsdag 26 maart, woensdag 27 maart en donderdag 28 maart 2019

Blok 2: woensdag 17 april en donderdag 18 april 2019

Voor wie bedoeld

De cursus is een postacademische opleiding en bedoeld voor HBO- en WO- afgestudeerden die beroepshalve betrokken zijn bij de organisatie en uitvoering van rekenkameronderzoeken op provinciaal en gemeentelijk niveau. De cursus is bedoeld voor voorzitters, secretarissen en leden van lokale rekenkamers en rekenkamercommissies. De cursus is uiteraard ook van belang voor onderzoekers van provinciale rekenkamers en rekenkamers van waterschappen.

Inhoud

De cursus richt zich in het bijzonder op het opzetten en uitvoeren van rekenkameronderzoek. De methodisch-technische aspecten van rekenkameronderzoek komen uitgebreid aan de orde Naast de methodisch-technische aspecten wordt aandacht besteed aan de doorwerking van rekenkameronderzoek. Het gaat dan in het bijzonder om de strategische meerwaarde van onderzoek, de bruikbaarheid en de mogelijke effecten van onderzoek.

Locatie

Erasmus Universiteit Rotterdam.

Deelname en kosten

Het maximum aantal deelnemers aan deze cursus is gesteld op 15. Dit om een goede interactie tussen docenten en cursisten, en cursisten onderling, te waarborgen. De kosten van de cursus, inclusief een reader, lesmateriaal en lunches bedragen € 1.900,-. Deelnemers aangesloten bij de NVRR krijgen een korting van 15%.

Meer informatie kunt u verkrijgen via de coördinatoren van de cursus, dr. Jan Hakvoort (010-4082085) en dr. Henk Klaassen (010-4082104). Deelnemers kunnen zich per e-mail aanmelden bij Henk Klaassen van de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam: klaassen@essb.eur.nl

Bijeenkomst Denktank Omgevingswet

Dinsdag 3 juli a.s. vindt weer een bijeenkomst van de Denktank Omgevingswet plaats van 13.00 tot 14.30 uur bij Vergadercentrum Vredenburg in Utrecht.

Voor een routebeschrijving klik hier.

Bespreekpunten:

  1. Opening
  2. Verslag bijeenkomst d.d. 10 april 2018 (Bijlage)
  3. Bespreking Handreiking Omgevingswet (Bijlage)
  4. Volgende bijeenkomst
  5. Rondvraag
  6. Sluiting

Aanmelden voor de bijeenkomst kan via het NVRR secretariaat.

Ateliersessie informatievoorziening Omgevingswet

VNG Realisatie organiseert Ateliersessies over de Uitwerking Informatievoorziening Omgevingswet (UIVO). Tijdens de Ateliersessies komen diverse invalshoeken aan bod: architectuur, dienstverlening, kerninstrumenten, planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het motto voor dit jaar luidt: ‘Doen en ervaren’. Dat betekent een uitbreiding en concretisering van de doelen van UIVO. Ketensamenwerking is een succesvoorwaarde voor het werken volgens de Omgevingswet. Daarom zijn de sessies interbestuurlijk.

VNG Realisatie organiseert in totaal zes bijeenkomsten waarvan twee in combinatie met de kwartaaldemonstratie van de resultaten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Ateliersessie informatievoorziening Omgevingswet

VNG Realisatie organiseert Ateliersessies over de Uitwerking Informatievoorziening Omgevingswet (UIVO). Tijdens de Ateliersessies komen diverse invalshoeken aan bod: architectuur, dienstverlening, kerninstrumenten, planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het motto voor dit jaar luidt: ‘Doen en ervaren’. Dat betekent een uitbreiding en concretisering van de doelen van UIVO. Ketensamenwerking is een succesvoorwaarde voor het werken volgens de Omgevingswet. Daarom zijn de sessies interbestuurlijk.

VNG Realisatie organiseert in totaal zes bijeenkomsten waarvan twee in combinatie met de kwartaaldemonstratie van de resultaten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Ateliersessie informatievoorziening Omgevingswet

VNG Realisatie organiseert Ateliersessies over de Uitwerking Informatievoorziening Omgevingswet (UIVO). Tijdens de Ateliersessies komen diverse invalshoeken aan bod: architectuur, dienstverlening, kerninstrumenten, planvorming, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het motto voor dit jaar luidt: ‘Doen en ervaren’. Dat betekent een uitbreiding en concretisering van de doelen van UIVO. Ketensamenwerking is een succesvoorwaarde voor het werken volgens de Omgevingswet. Daarom zijn de sessies interbestuurlijk.

VNG Realisatie organiseert in totaal zes bijeenkomsten waarvan twee in combinatie met de kwartaaldemonstratie van de resultaten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Congres Omgevingswet: leren van de pioniers

Over ruim twee jaar is de invoering van de Omgevingswet een feit. De tijd van vrijblijvende experimenten is voorbij. Nu moet er worden opgeschaald om ‘de grootste staatsrechtelijke verandering sinds Thorbecke’ daadwerkelijk mogelijk te maken. Het Binnenlands Bestuur-congres ‘Omgevingswet: Leren van de pioniers’ biedt deelnemers een staalkaart van succesvolle pilots die erom vragen met derden te worden gedeeld. Tal van sprekers leveren inhoudelijke verdieping. Een onmisbaar congres voor iedereen die meters wil maken in de aanloop naar de nieuwe wet.

Het congres wordt georganiseerd door Binnenlands Bestuur in samenwerking met AnteaGroup, BMC, het Kadaster en Schulinck. De dagvoorzitter is Elisabeth van den Hoogen.

PROGRAMMA CONGRES OMGEVINGSWET

09.30 Ontvangst en inschrijven deelnemers

10.00 Opening door Martin Hendriksma, redacteur ruimte en milieu Binnenlands Bestuur

10.05 Heleen Groot, waarnemend directeur Aan de slag met de Omgevingswet, presenteert de meest actuele inzichten uit pilots vanuit het hele land 10.30 Jan Jaap de Graeff, voorzitter Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur, over het integreren van gezondheid in het omgevingsbeleid

10.55 Koffiepauze

11.15 Geert Teisman, hoogleraar bestuurskunde Erasmus Universiteit, over hoe je tot een attractieve omgevingsvisie komt

11.45 Ochtenddeelsessies

12.35 Lunch

13.30 Roel Meeuwsen (Commissie m.e.r.) vertelt hoe milieueffectrapportages bijdragen aan integrale omgevingsvisies en omgevingsplannen. 14.00 Middagdeelsessies

15.00 Middagdeelsessies

16.00 Korte evaluatie

16.15 Afsluiting en netwerkborrel

DEELSESSIES

  • Tijdens het congres zijn er een aantal deelsessies waar men zelf uit kan kiezen, zoals o.a.:
  • Het betrekken van de nieuwe gemeenteraad bij de Omgevingswet
  • De totstandkoming van de Omgevingsvisie van Alphen aan den Rijn
  • Hoe betrek je burgers beter bij de Omgevingswet?
  • Het oprekken van milieunormen om wonen op een bedrijventerrein mogelijk te maken
  • Maak de Omgevingswet motor van de lokale verduurzaming

Model Verwerkersovereenkomst AVG

De AVG verplicht alle organisaties in Europa om op een goede wijze met hun persoonsgegevens om te gaan. Niet meer persoonsgegevens bewaren dan nodig, goed beveiligen en persoonsgegevens alleen gebruiken voor zaken waar een wettelijke grondslag voor bestaat, zijn hier onderdeel van.

Deze verplichtingen gelden ook als gegevens aan een andere partij in beheer worden gegeven, of als een andere partij toegang krijgt tot persoonsgegevens. In dat geval moet de Verwerkingsverantwoordelijke (degene van wie de persoonsgegevens zijn) schriftelijke afspraken maken met de andere partij, de Verwerker. Deze afspraken worden vastgelegd in een Verwerkersovereenkomst.

Omdat de rekenkamer(commissie) een Verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG bent u verplicht om een Verwerkersovereenkomst te sluiten als u de persoonsgegevens door een ander laat verwerken.

Bijgaand vindt u:

  • Een aangepaste modelovereenkomst op basis van de Informatie Beveiligingsdienst sept. 2017;
  • Een modelovereenkomst voor gebruik van de gemeentelijke ICT-infrastructuur;
  • Een modelovereenkomst bedoeld voor samenwerking met kleine partijen.

De verhouding van de rekenkamer t.o.v. de interne organisatie door Frank Galesloot

Inleiding

Gemeentelijke en provinciale rekenkamers1 functioneren ten dienste van het bestuur, gemeenteraden en provinciale staten. Ze staan, meer nog dan de griffies, buiten de organisatie. Dit betekent echter niet dat de rekenkamer zich afzijdig moet houden van de ambtelijke organisatie en geen oordeel mag hebben over de checks and balances daarin. In deze blog wordt gesteld dat de rekenkamer goed moet nadenken hoe ze zich verhoudt tot die organisatie en hoe ze ermee samenwerkt in een proces van wederzijdse afstemming en met respect voor de verschillende rollen. Om dit te kunnen doen heeft de rekenkamer algemene kennis nodig van dit soort organisaties en is het nodig om die te vertalen naar de eigen praktijk: hoe werkt het in onze gemeente of provincie. Want er is weinig standaard. Deze blog wil daarvoor een handreiking doen.

Kerntaak rekenkamer

De hoofdtaak van de rekenkamer is het doen van onderzoek naar het gevoerde bestuur, waarbij hoofdthema’s zijn of dat besturen doeltreffend, doelmatig en rechtmatig wordt gedaan. Kijken we naar de missie/visie documenten van rekenkamers dan zien we daar dan ook vaak als opgave: het bijdragen aan de bestuurskracht van de gemeente of provincie. Bestuurskracht gaat over de wijze van vormgeving van beleid en uitvoering en de controle daarop met inachtneming van de risico’s. Het onderzoeken van het gevoerde bestuur betreft natuurlijk primair het themagewijs evalueren van beleid en uitvoering. Maar dit heeft alleen zin als de rekenkamer ook na is gegaan, hoe de organisatie is ingericht en uitgelijnd om te sturen op het bereiken van die beleidsdoelen. Welke maatregelen zijn door het bestuur genomen om te zorgen dat de organisatie gezond blijft en worden de risico’s die het behalen van beleidsdoelen in de weg staan onderkend? Hierbij raakt de kerntaak van de rekenkamer het functioneren van de interne organisatie.

Verantwoordelijkheid/scope rekenkamer

Een lokale rekenkamer heeft niet dezelfde verantwoordelijkheden, positie, middelen en bevoegdheden als de Algemene Rekenkamer. De lokale rekenkamer is met name thematisch gericht en kan geen verantwoordelijkheid dragen voor het in control zijn op de rechtmatigheid, de risico’s en de bedrijfsvoering van het bestuur. Zij is ook geen toezichthoudend orgaan, dat is de raad zelf.2

De rekenkamer draagt wel zoveel mogelijk bij aan bestuurskracht. Zonder een grotere verantwoordelijkheid te suggereren is het daarbij van belang dat zij nagaat hoe de organisatie is ingericht. De rekenkamer moet er op ingesteld zijn om het gemeentelijk systeem van in control zijn te doorgronden. Op basis daarvan kan de rekenkamer zelf bepalen hoe zij zich tot de verschillende spelers verhoudt, kan zij positie kiezen, meer gefundeerd onderzoeksprioriteiten stellen en afwegen welke activiteiten zij verricht binnen het control systeem.

Inrichtingsvereisten interne organisatie

De Gemeentewet en daarvan afgeleide regelgeving kent geen voorgeschreven inrichting voor de interne organisatie. Alleen de functies van gemeentesecretaris en griffier worden ambtelijk benoemd en geduid. Voor een rekenkamer relevante functies zoals een concerncontroller, een hoofd audit of een beleidscontroller3 komen namelijk niet standaard bij gemeenten voor en als de functies wel aanwezig zijn, zegt de benaming nog weinig over de werkelijke inhoud en positionering van die functies. Hetzelfde geldt voor systemen en maatregelen die een gemeente treft om in control te zijn; er is een enorme diversiteit in ambitie en aanpak met betrekking tot bedrijfsdoorlichtingen, risico-management en audit. Als die functies er wel zijn, wil dat nog niet zeggen dat de organisatie in control is, want uiteindelijk bepaalt het senior-management en in mindere mate toch veelal het college wat er met de instrumenten en de resultaten van doorlichtingen wordt gedaan. Integraal management is in de meeste gemeenten toch wel hèt standaardprincipe voor besturing en beheersing.

De inrichting om in control te zijn bij een gemeente of provincie is derhalve maatwerk en ook wel kwetsbaar in tijden van bezuinigingen of bestuurlijke heroverweging. Een corporate governance code zoals veel branches in de not-for-profit-sector die kennen, ontbreekt in de sectoren gemeenten en provincies. Dat betekent dat functies die zorgen voor het in control zijn en die min of meer onafhankelijk kunnen signaleren niet standaard aanwezig zijn. Gelet op het leerstuk van het decentraal overheidsbestuur met lokale autonomie valt niet te verwachten dat dit gaat veranderen.

Artikel 212 Gemeentewet

De raad heeft ten aanzien van de inrichting van de organisatie een kaderstellende rol (en uiteraard de controletaak op de handhaving). Deze kaderstellende rol krijgt idealiter vorm en inhoud bij de meningsvorming rond de opstelling van de verordeningen die het financieel beleid en beheer, de controle en de onderzoeksfunctie regelen. Dit zijn de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet:

De artikelen 213 en 213a zijn in een wiki belicht. Hier bespreken wij artikel 212, de zogenaamde financiële verordening. In artikel 212 wordt bepaald:

De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiele organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

Deze tekst is tamelijk financieel gericht. Toch gaat het hier niet louter om financiën maar om de inrichting van de organisatie die waarborgen moet bieden dat er rechtmatig wordt gehandeld, verantwoording kan worden afgelegd en controle mogelijk is. Hiervoor is nodig dat de organisatie aan een aantal randvoorwaarden voldoet. Welke zijn dat? De artikelen 24 (financiële organisatie) en 25 (interne controle) van de modelverordening 212 gaan hier nader op in. De zorgplicht voor een helder ingerichte organisatie en het doen verrichten van interne controle is belegd bij het college. In het oude model was het verplicht de inrichting in een organisatiebesluit vast te leggen en ter informatie te delen met de raad. Hoewel dit nu niet langer verplicht is, zal in de regel een organisatiebesluit worden opgesteld en met de raad, minimaal de auditcomissie, worden gedeeld. In het organisatiebesluit worden doorgaans de verantwoordelijkheden van portefeuillehouders, gemeentesecretaris/algemeen directeur, eenheidsmanagers (of directeuren) en hoofden van stafafdelingen (zoals een concerncontroller) geregeld.

Contactpersonen

De griffier en de ambtenaren van de griffie zijn de direct voor de hand liggende contactpersonen want zij leveren de ondersteuning voor de raad en de rekenkamer. In sommige gevallen is ook vanuit de organisatie van het college in ondersteuning voorzien, bijvoorbeeld vanuit een concerncontroller, die zich bezig houdt met onderzoek en advies naar het in control zijn van de organisatie en die relatief onafhankelijk in de organisatie staat. Veel gemeenten kennen een dergelijke functie, maar de invulling is overal anders.

Op basis van bestudering van de verordeningen en onderliggende uitwerkingen zoals het organisatiebesluit (vaak standaard aanwezig) en een control- en/of auditstatuut (niet standaard aanwezig) een statuut voor de controller en het reglement van de auditcommissie en een onderzoeksprogramma (213 a GW) kan de rekenkamer via een aantal korte gesprekken duidelijkheid verkrijgen over de wijze waarop de gemeente omgaat met het thema in control en het risico-management. De te zetten werkstappen betreffen:

Werkstappen

Gesprek met accountant op basis van de management-letter, of board-letter voor de raad, de brief waarin de accountant ingaat op de interne beheersing. Gesprek met functionarissen en eventueel collegeleden verantwoordelijk voor:

  • Beleidscoördinatie/beleidscontrol (laatste komt niet vaak voor…)
  • Concerncontrol
  • Audit – Secretariaat auditcommissie
  • Periodieke doorlichting (doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid/bedrijfsvoering)
  • Risicomanagement, reikwijdte, systeem, processen, vastlegging
  • Integriteitsbeleid/-uitvoering
  • Interbestuurlijk (horizontaal) toezicht
  • Eventueel indien men dieper wil graven, ander systeembeleid, zoals HRM-beleid, subsidiebeleid, inkoop- en aanbestedingsbeleid en beleid ten aanzien van verbonden partijen.

Normaal is dat alle hierboven genoemde functies worden neergelegd bij een portefeuillehouder financiën. Als er stevig over nagedacht is wordt soms ook een portefeuille HRM erbij getrokken, veelal de verantwoordelijkheid van de burgemeester of de commissaris. Maar bijna standaard liggen de systeemrollen bij de wethouder financiën. Hoe dit uitpakt is lokaal gebonden en afhankelijk van de politieke visie en sturing van die wethouder en het college als geheel. De portefeuille wordt vaak gecombineerd met vakinhoudelijke portefeuilles. Dit is een risico (belangenvermenging). Colleges nemen hier doorgaans geen extra checks voor in acht.

Conclusies

Om zijn positie te bepalen in het interne krachtenveld is het van belang dat de rekenkamer minimaal in de opstartfase maar periodiek herhalend zich een beeld vormt van de opzet en het functioneren van de interne organisatie. Dit is niet alleen van belang voor het risicomanagement maar ook voor een adequate op maatschappelijke effecten en concrete resultaten gerichte planning & controlcyclus. De rekenkamer kan op basis van dit beeld bepalen welke functionarissen en welke afstemoverleggen zij periodiek wenst bij te wonen.

Door middel van het risicomanagementrapportagesysteem kan de rekenkamer zicht houden op majeure risico’s. Deze zijn input voor het onderzoeksprogramma (groslijst). Voordat een onderwerp wordt geselecteerd verdient het aanbeveling eerst te kijken of dit al in de interne onderzoeksprogrammering is meegenomen en zo ja met welke probleemstelling. Idealiter worden onderzoeksresultaten en plannen afgestemd in de auditcommissie. Hierin dient de rekenkamer vertegenwoordigd te zijn.

Noten

1. Met “rekenkamers” wordt in de tekst de rekenkamercommissie en -functie mede bedoeld. De uitwerking in deze wiki is op gemeenten gericht maar voor provinciale rekenkamers geldt hetzelfde.
2. De meningen verschillen of de controlerende taak van de raad samenvalt met het optreden als toezichthouder. Of is toezicht veel meer dan controle. Dit vereist een afzonderlijke bespreking.
3. Een beleidscontroller is een functie die mede zorg draagt dat beleidsvoorstellen passen in het programmatisch kader en de P & C – cyclus, zorgvuldig en met inachtneming van risico’s tot stand komen en haalbaar zijn qua uitvoering. De functie kan door een controller worden ingevoerd maar ook door een directiesecretaris of een strategisch adviseur in de bestuurlijke staf.

Frank Galesloot (bedrijfseconoom. registeraccountant en auditor) is sinds 2006 in de wereld van de gemeentelijke rekenkamers actief, met name in Hoogeveen, Heerenveen, Enschede en Almelo. Onlangs sloot hij zijn loopbaan als vaste concerncontroller af. Hij heeft nu een zzp praktijk voor onderzoek en advies, zie www.galesloot.org of LinkedIn. Blog versie 1.0 opgesteld in juni 2018.

De verhouding van de rekenkamer t.o.v. de interne organisatie door Frank Galesloot

Inleiding

Gemeentelijke en provinciale rekenkamers1 functioneren ten dienste van het bestuur, gemeenteraden en provinciale staten. Ze staan, meer nog dan de griffies, buiten de organisatie. Dit betekent echter niet dat de rekenkamer zich afzijdig moet houden van de ambtelijke organisatie en geen oordeel mag hebben over de checks and balances daarin. In deze blog wordt gesteld dat de rekenkamer goed moet nadenken hoe ze zich verhoudt tot die organisatie en hoe ze ermee samenwerkt in een proces van wederzijdse afstemming en met respect voor de verschillende rollen. Om dit te kunnen doen heeft de rekenkamer algemene kennis nodig van dit soort organisaties en is het nodig om die te vertalen naar de eigen praktijk: hoe werkt het in onze gemeente of provincie. Want er is weinig standaard. Deze blog wil daarvoor een handreiking doen.

Kerntaak rekenkamer

De hoofdtaak van de rekenkamer is het doen van onderzoek naar het gevoerde bestuur, waarbij hoofdthema’s zijn of dat besturen doeltreffend, doelmatig en rechtmatig wordt gedaan. Kijken we naar de missie/visie documenten van rekenkamers dan zien we daar dan ook vaak als opgave: het bijdragen aan de bestuurskracht van de gemeente of provincie. Bestuurskracht gaat over de wijze van vormgeving van beleid en uitvoering en de controle daarop met inachtneming van de risico’s. Het onderzoeken van het gevoerde bestuur betreft natuurlijk primair het themagewijs evalueren van beleid en uitvoering. Maar dit heeft alleen zin als de rekenkamer ook na is gegaan, hoe de organisatie is ingericht en uitgelijnd om te sturen op het bereiken van die beleidsdoelen. Welke maatregelen zijn door het bestuur genomen om te zorgen dat de organisatie gezond blijft en worden de risico’s die het behalen van beleidsdoelen in de weg staan onderkend? Hierbij raakt de kerntaak van de rekenkamer het functioneren van de interne organisatie.

Verantwoordelijkheid/scope rekenkamer

Een lokale rekenkamer heeft niet dezelfde verantwoordelijkheden, positie, middelen en bevoegdheden als de Algemene Rekenkamer. De lokale rekenkamer is met name thematisch gericht en kan geen verantwoordelijkheid dragen voor het in control zijn op de rechtmatigheid, de risico’s en de bedrijfsvoering van het bestuur. Zij is ook geen toezichthoudend orgaan, dat is de raad zelf.2

De rekenkamer draagt wel zoveel mogelijk bij aan bestuurskracht. Zonder een grotere verantwoordelijkheid te suggereren is het daarbij van belang dat zij nagaat hoe de organisatie is ingericht. De rekenkamer moet er op ingesteld zijn om het gemeentelijk systeem van in control zijn te doorgronden. Op basis daarvan kan de rekenkamer zelf bepalen hoe zij zich tot de verschillende spelers verhoudt, kan zij positie kiezen, meer gefundeerd onderzoeksprioriteiten stellen en afwegen welke activiteiten zij verricht binnen het control systeem.

Inrichtingsvereisten interne organisatie

De Gemeentewet en daarvan afgeleide regelgeving kent geen voorgeschreven inrichting voor de interne organisatie. Alleen de functies van gemeentesecretaris en griffier worden ambtelijk benoemd en geduid. Voor een rekenkamer relevante functies zoals een concerncontroller, een hoofd audit of een beleidscontroller3 komen namelijk niet standaard bij gemeenten voor en als de functies wel aanwezig zijn, zegt de benaming nog weinig over de werkelijke inhoud en positionering van die functies. Hetzelfde geldt voor systemen en maatregelen die een gemeente treft om in control te zijn; er is een enorme diversiteit in ambitie en aanpak met betrekking tot bedrijfsdoorlichtingen, risico-management en audit. Als die functies er wel zijn, wil dat nog niet zeggen dat de organisatie in control is, want uiteindelijk bepaalt het senior-management en in mindere mate toch veelal het college wat er met de instrumenten en de resultaten van doorlichtingen wordt gedaan. Integraal management is in de meeste gemeenten toch wel hèt standaardprincipe voor besturing en beheersing.

De inrichting om in control te zijn bij een gemeente of provincie is derhalve maatwerk en ook wel kwetsbaar in tijden van bezuinigingen of bestuurlijke heroverweging. Een corporate governance code zoals veel branches in de not-for-profit-sector die kennen, ontbreekt in de sectoren gemeenten en provincies. Dat betekent dat functies die zorgen voor het in control zijn en die min of meer onafhankelijk kunnen signaleren niet standaard aanwezig zijn. Gelet op het leerstuk van het decentraal overheidsbestuur met lokale autonomie valt niet te verwachten dat dit gaat veranderen.

Artikel 212 Gemeentewet

De raad heeft ten aanzien van de inrichting van de organisatie een kaderstellende rol (en uiteraard de controletaak op de handhaving). Deze kaderstellende rol krijgt idealiter vorm en inhoud bij de meningsvorming rond de opstelling van de verordeningen die het financieel beleid en beheer, de controle en de onderzoeksfunctie regelen. Dit zijn de artikelen 212, 213 en 213a van de Gemeentewet:

De artikelen 213 en 213a zijn in een wiki belicht. Hier bespreken wij artikel 212, de zogenaamde financiële verordening. In artikel 212 wordt bepaald:

De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiele organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

Deze tekst is tamelijk financieel gericht. Toch gaat het hier niet louter om financiën maar om de inrichting van de organisatie die waarborgen moet bieden dat er rechtmatig wordt gehandeld, verantwoording kan worden afgelegd en controle mogelijk is. Hiervoor is nodig dat de organisatie aan een aantal randvoorwaarden voldoet. Welke zijn dat? De artikelen 24 (financiële organisatie) en 25 (interne controle) van de modelverordening 212 gaan hier nader op in. De zorgplicht voor een helder ingerichte organisatie en het doen verrichten van interne controle is belegd bij het college. In het oude model was het verplicht de inrichting in een organisatiebesluit vast te leggen en ter informatie te delen met de raad. Hoewel dit nu niet langer verplicht is, zal in de regel een organisatiebesluit worden opgesteld en met de raad, minimaal de auditcomissie, worden gedeeld. In het organisatiebesluit worden doorgaans de verantwoordelijkheden van portefeuillehouders, gemeentesecretaris/algemeen directeur, eenheidsmanagers (of directeuren) en hoofden van stafafdelingen (zoals een concerncontroller) geregeld.

Contactpersonen

De griffier en de ambtenaren van de griffie zijn de direct voor de hand liggende contactpersonen want zij leveren de ondersteuning voor de raad en de rekenkamer. In sommige gevallen is ook vanuit de organisatie van het college in ondersteuning voorzien, bijvoorbeeld vanuit een concerncontroller, die zich bezig houdt met onderzoek en advies naar het in control zijn van de organisatie en die relatief onafhankelijk in de organisatie staat. Veel gemeenten kennen een dergelijke functie, maar de invulling is overal anders.

Op basis van bestudering van de verordeningen en onderliggende uitwerkingen zoals het organisatiebesluit (vaak standaard aanwezig) en een control- en/of auditstatuut (niet standaard aanwezig) een statuut voor de controller en het reglement van de auditcommissie en een onderzoeksprogramma (213 a GW) kan de rekenkamer via een aantal korte gesprekken duidelijkheid verkrijgen over de wijze waarop de gemeente omgaat met het thema in control en het risico-management. De te zetten werkstappen betreffen:

Werkstappen

Gesprek met accountant op basis van de management-letter, of board-letter voor de raad, de brief waarin de accountant ingaat op de interne beheersing. Gesprek met functionarissen en eventueel collegeleden verantwoordelijk voor:

  • Beleidscoördinatie/beleidscontrol (laatste komt niet vaak voor…)
  • Concerncontrol
  • Audit – Secretariaat auditcommissie
  • Periodieke doorlichting (doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid/bedrijfsvoering)
  • Risicomanagement, reikwijdte, systeem, processen, vastlegging
  • Integriteitsbeleid/-uitvoering
  • Interbestuurlijk (horizontaal) toezicht
  • Eventueel indien men dieper wil graven, ander systeembeleid, zoals HRM-beleid, subsidiebeleid, inkoop- en aanbestedingsbeleid en beleid ten aanzien van verbonden partijen.

Normaal is dat alle hierboven genoemde functies worden neergelegd bij een portefeuillehouder financiën. Als er stevig over nagedacht is wordt soms ook een portefeuille HRM erbij getrokken, veelal de verantwoordelijkheid van de burgemeester of de commissaris. Maar bijna standaard liggen de systeemrollen bij de wethouder financiën. Hoe dit uitpakt is lokaal gebonden en afhankelijk van de politieke visie en sturing van die wethouder en het college als geheel. De portefeuille wordt vaak gecombineerd met vakinhoudelijke portefeuilles. Dit is een risico (belangenvermenging). Colleges nemen hier doorgaans geen extra checks voor in acht.

Conclusies

Om zijn positie te bepalen in het interne krachtenveld is het van belang dat de rekenkamer minimaal in de opstartfase maar periodiek herhalend zich een beeld vormt van de opzet en het functioneren van de interne organisatie. Dit is niet alleen van belang voor het risicomanagement maar ook voor een adequate op maatschappelijke effecten en concrete resultaten gerichte planning & controlcyclus. De rekenkamer kan op basis van dit beeld bepalen welke functionarissen en welke afstemoverleggen zij periodiek wenst bij te wonen.

Door middel van het risicomanagementrapportagesysteem kan de rekenkamer zicht houden op majeure risico’s. Deze zijn input voor het onderzoeksprogramma (groslijst). Voordat een onderwerp wordt geselecteerd verdient het aanbeveling eerst te kijken of dit al in de interne onderzoeksprogrammering is meegenomen en zo ja met welke probleemstelling. Idealiter worden onderzoeksresultaten en plannen afgestemd in de auditcommissie. Hierin dient de rekenkamer vertegenwoordigd te zijn.

Noten

1. Met “rekenkamers” wordt in de tekst de rekenkamercommissie en -functie mede bedoeld. De uitwerking in deze wiki is op gemeenten gericht maar voor provinciale rekenkamers geldt hetzelfde.
2. De meningen verschillen of de controlerende taak van de raad samenvalt met het optreden als toezichthouder. Of is toezicht veel meer dan controle. Dit vereist een afzonderlijke bespreking.
3. Een beleidscontroller is een functie die mede zorg draagt dat beleidsvoorstellen passen in het programmatisch kader en de P & C – cyclus, zorgvuldig en met inachtneming van risico’s tot stand komen en haalbaar zijn qua uitvoering. De functie kan door een controller worden ingevoerd maar ook door een directiesecretaris of een strategisch adviseur in de bestuurlijke staf.

Frank Galesloot (bedrijfseconoom. registeraccountant en auditor) is sinds 2006 in de wereld van de gemeentelijke rekenkamers actief, met name in Hoogeveen, Heerenveen, Enschede en Almelo. Onlangs sloot hij zijn loopbaan als vaste concerncontroller af. Hij heeft nu een zzp praktijk voor onderzoek en advies, zie www.galesloot.org of LinkedIn. Blog versie 1.0 opgesteld in juni 2018.

Bijeenkomst 3D-denktank

Op maandag 18 juni a.s. vindt er weer een 3D-denktankbijeenkomst plaats bij Vergadercentrum Vredenburg in Utrecht.

Terwijl de rapportages over de uitvoering van de decentrale taken in het sociaal domein over elkaar heen blijven tuimelen, het beroep op de bijstand lijkt te verminderen, worden keuzes in het sociaal domein in de nieuwe coalitieperiode politieker. Rekenkamers volgen de ontwikkelingen nauwgezet. In de 3D-denktank gaan we in op het regionaal rekenkamerrapport 'Grip krijgen op Veilig Thuis' en om het dicht bij huis te houden, bespreken we de Utrechtse rapportage Langer zelfstandig thuis wonen met ernstige beperkingen.

Heb je geen uitnodiging ontvangen en ben je geïnteresseerd, meld je dan aan bij info@nvrr.nl.

Q&A AVG Rekenkamer(commissie)s

In de Q&A vindt u antwoorden op 13 vragen die de NVRR aan de Autoriteit Persoonsgegevens heeft gesteld, voor de implementatie van de AVG specifiek bij rekenkamer(commissie)s.

Model privacyverklaring voor rekenkamer(commissie)s

Een model privacyverklaring, met de basiselementen voor een op de website van de rekenkamer(commissie) te publiceren verklaring. Uiteraard kunt u desgewenst de verklaring aanpassen aan uw omstandigheden, eventueel in overleg met de Functionaris Gegevensbescherming (FG).

Handreiking Good Practices

Rekenkamers en rekenkamercommissies werken veelal zelfstandig, maar hebben alleen een vergelijkbare opdracht en kunnen daarom veel van elkaar leren. Om het delen van inspirerende voorbeelden te faciliteren heeft de NVRR goede praktijkvoorbeelden van rekenkamerwerk laten verzamelen.

Het doel van deze handreiking is om leden van rekenkamers kennis te laten nemen van verschillende manieren van werken die succesvol zijn toegepast. Ook worden er handvatten aangereikt om deze in de praktijk te brengen.

Handreiking meten van doorwerkingen rekenkamerproducten

Lokale rekenkamers en rekenkamercommissies hebben tot taak om te controleren of het gemeentelijke, provinciale c.q. waterschapsbeleid overeenkomstig de begroting (en dus rechtmatig) is uitgevoerd en of er naar behoren verantwoording over is afgelegd. Maar dat niet alleen: zij kijken ook of het gevoerde lokale beleid doeltreffend en doelmatig is geweest – en voor zover dat niet zo was doen ze aanbevelingen voor verbetering.

Deze aanbevelingen worden overgebracht in bijvoorbeeld een onderzoeksrapport, een presentatie of een handreiking. Met zulke producten willen de rekenkamers bijdragen aan de kwaliteit van de meningsvorming, besluitvorming en beleidsvorming van het gemeente-, provincie- of waterschapsbestuur.

Meetup Brabantse rekenkamers

Meetup Brabantse rekenkamers 5 juli 2018 Breda 15.00-19.30 uur

Aan de Rekenkamer(commissie)s van de Noord-Brabantse gemeenten, waterschappen en provincie.

Op donderdag 5 juli is een rekenkamer Meetup Omgevingswet in Breda van 15.00 tot 19.30 uur.

De invoering van de ‘Omgevingswet’ vormt voor gemeenten, waterschappen en provincie een majeur dossier, dat de komende jaren veel energie vraagt. Het is een uitdagend thema voor de onderzoeksagenda’s van de rekenkamers. Op welk moment en op welke wijze kunnen rekenkamers een bijdrage leveren aan een succesvolle invoering en uitvoering van de Omgevingswet?

Voor de beantwoording van deze vragen sluiten we aan bij het onderzoek naar de Omgevingswet en de rol van de raad daarbij, dat door de Brabantse steden Breda, Den Bosch, Eindhoven, Oss en Tilburg is uitgevoerd. We gaan in op de ‘lessons learned’. Bij het zoeken naar antwoorden bieden we natuurlijk uitdrukkelijk ruimte voor de deelnemers aan deze Meetup. Ook de Zuidelijke Rekenkamer en de waterschappenrekenkamers sluiten aan. Het delen van kennis en elkaar inspireren draagt bij aan de vernieuwing van de onderzoeksagenda’s van de Brabantse rekenkamers.

Natuurlijk kent ook deze Meetup de Brabantse sfeer van gastvrijheid door de borrel en buffet.

Onderstaand het programma:
15.00 uur: inloop met koffie
15.30 uur: welkomstwoord door de voorzitter van de rekenkamer Breda Hans Verdellen
15.40 uur: toelichting door Walter Gouw voorzitter rekenkamer Tilburg op gezamenlijk onderzoek
16.00 uur: kritische reflectie door Nico op de Laak
16.30 uur: reflectie en discussie
17.00 – 19.30 uur: borrel en buffet

Natuurlijk kent ook deze Meetup de Brabantse sfeer van gastvrijheid door de borrel en buffet. Graag ontvangen wij uw opgave van uw aanwezigheid uiterlijk maandag 2 juli 2018 via: info@nvrr.nl

Graag tot ziens op 5 juli vanaf 15.00 u op
stadskantoor Breda, zaal A0.30
Claudius Prinsenlaan 10,
4811 DJ Breda

Met collegiale groet,

Voorbereidingscommissie Ontmoeting Brabantse Rekenkamers
Tineke van den Biggelaar, Sandra van Breugel, Jan van den Heuvel, Hans Verdellen

Jubileum-symposium Delftse Rekenkamer ‘Lokale publieke verantwoording, #hoedan?’

Voor het functioneren van de lokale democratie is inzicht in de besteding van publiek geld een voorwaarde. Werden in 2006 lokale rekenkamers opgericht, Delft was met het eerste lokale rekenkameronderzoek in 1988 zijn tijd ver vooruit.

Het 30-jarig bestaan van de Delftse rekenkamer, de oudste lokale rekenkamer van Nederland, vieren wij dan ook met een symposium op donderdagmiddag 14 juni 2018  tussen 15.30 en 17.30 uur in Delft. Aansluitend heffen we het glas.

Centraal staat de vraag hoe lokale publieke verantwoording eruit zou moeten zien en wat dat betekent voor gemeenteraden en lokale rekenkamer(commissies) de komende vier jaar.

Sprekers zijn onder andere mevrouw drs. Francine Giskes, Collegelid van de Algemene Rekenkamer en mevrouw prof. dr. Klaartje Peters, bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de universiteit Maastricht.naal bestuur aan de universiteit Maastricht. Daarnaast leveren de burgemeester van Delft mevrouw Marja van Bijsterveldt en leden van de gemeenteraad een inbreng.

 

U kunt zich aanmelden door een mail (met naam en aantal deelnemers) te sturen naar DRK30jaar14juni18@delft.nl. Nadere informatie via ambtelijk secretaris Marike Schoeman, tel. 06 5357 4246.

Meld u tijdig aan in verband met het aantal beschikbare plaatsen. Bent u na aanmelding verhinderd?

Laat dat ons dan zo spoedig mogelijk weten via bovenstaand mailadres.

Een gedetailleerd programma vindt u binnenkort op www.delftserekenkamer.nl.

Museum Prinsenhof ligt in het centrum van Delft. Vanaf het NS-station is het museum bereikbaar

in ca. 8 minuten. Loop via de hoofdingang van het station naar buiten, sla linksaf en loop

langs het water richting de Oude Kerk.

Bus 51, Tram 1 en 19, halte Prinsenhof.

 

Vide bijeenkomst “Effecten van Toezicht” Hoe evalueer je de effectiviteit van toezicht en wat zijn de uitdagingen?

Op donderdag 17 mei aanstaande staat de eerstvolgende Vide bijeenkomst “Effecten van Toezicht” Hoe evalueer je de effectiviteit van toezicht en wat zijn de uitdagingen? gepland. Deze bijeenkomst is georganiseerd in samenwerking met het Vide-evaluatorennetwerk.

Als toezichthouder wil je weten of je toezichtwerkzaamheden effect hebben:

  • Verbetert het gedrag van actoren in het veld door je toezichtactiviteiten?
  • Welke toezichtactiviteiten dragen het meeste bij aan het gewenste gedrag?
  • Onder welke omstandigheden werken specifieke handhavingsinstrumenten?
  • Wat zijn (ongewenste) neveneffecten van toezicht?
  • Wat zijn andere factoren, buiten het toezicht, die een rol spelen?

Over deze en andere vragen is al veel geschreven en gediscussieerd. Maar de vragen zijn onverminderd van groot belang en raken de essentie van het toezichtwerk!

In deze Vide-bijeenkomst gaan we in op de (on)mogelijkheden om door evaluatieonderzoek de effecten van toezicht vast te stellen.

Twee sprekers met ruime ervaring met evalueren van toezicht gaan in op hun ervaringen en in een interactieve sessie in debat met de zaal.

Sprekers zijn:

  • Prof. dr. mr. Lisette van der Hel RA, Hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht Nyenrode, tevens Strategisch adviseur Handhaving bij de Belastingdienst
  • Dr. Wendy Verdonk, Programmamanager Effectief Instrumentarium en Coördinerend Specialistisch Inspecteur Beleid, Planvorming en Instrumentontwikkeling bij de NVWA

Programma

Datum:
donderdag 17 mei 2018

Aanvang: 15.00 – 17.00 uur (inloop vanaf 14.45 uur)

Locatie: Utrecht Centrum (exacte locatie wordt z.s.m. bekend gemaakt)

Aanmelden: via een mail naar secretariaat@videnet.nl

Kosten: er zijn aan deze bijeenkomsten geen kosten verbonden

Na afloop is er gelegenheid tot napraten met een borrel.

Graag tot ziens op donderdag 17 mei!

Met vriendelijke groet,

Vide Evaluatorennetwerk


Vide secretariaat

Postbus 1058

3860 BB NIJKERK

Tel.: +31 33 247 34 61

Fax: +31 33 246 04 70

E-mail: secretariaat@videnet.nl

Website: www.videnet.nl