Overslaan en naar de inhoud gaan

Kennismaken met raad, AB of PS

5. Brainstorm

Brainstorm

Doel

Bedenken van mogelijke onderzoeksonderwerpen of -vormen.

Wat

Drie brainstormvormen.

Groepsgrootte

Onbeperkt, al is de discussie dieper bij kleinere groepen.

Duur

Circa 30 à 45 minuten.

Hoe

Deelnemers worden gestimuleerd om veel ideeën te verzinnen en/of uit een reeks ideeën gemotiveerd een selectie te maken. Bekijk de drie opties en kies welke het best past bij het doel van de ontmoeting.

Brainstorm

Optie A: Vul het witte vel

Werkvorm voor nieuwe ideeën/onderwerpen.

Benoem het onderwerp voor de brainstorm. Bijvoorbeeld: welke vraag moet het eerstvolgende rekenkameronderzoek beantwoorden?

  • Iedere deelnemer krijgt een blanco A-4tje en schrijft daarop zoveel mogelijk ideeën.
  • Na circa 2 minuten schuift iedereen zijn/haar A4’tje door naar de rechterbuurman/vrouw. Deze laat zich inspireren door de al genoteerde ideeën.
  • In een kleine groep (max 10 personen) ga je zo door tot iedereen zijn eigen A4’tje weer terug heeft. In grotere groep stop je na bijvoorbeeld 15 minuten (ca. 6 keer doorschuiven).
  • Iedereen die wil leest het meest aansprekende of bruikbare voorbeeld op van het A4’tje dat hij/zij aan het eind voor zich heeft.

Optie B: Dat (n)ooit

Werkvorm voor nieuwe onderwerpen.

Print voor elke deelnemer 26 kaartjes met onderwerpen, zoals: “Toezicht en handhaving Openbare Orde en Veiligheid”, “Invoering Omgevingswet”, “Stads- en streekvervoer”, “Kosten Jeugdzorg”, “Digitale dienstverlening”, “Informatieveiligheid, “ICT-beleid”, “Ondermijning” ,“Subsidiebeleid”, “Duurzaam Inkopen & Aanbesteden”, “Verbonden partijen”, “Sturing sociaal domein”, “Warmte- en Energietransitie”, “Uitvoering Participatiewet”, “Woonbeleid”, “(programma)begroting”, “Integriteit”, “Armoedebeleid”, “Burgerparticipatie”, “Kaderstellen & Controleren door de volksvertegenwoordiging”, “Beheer Openbare Ruimte”, “Klachtafhandeling”, “Evaluatie van de rekenkamer”, “Cultuurbeleid”, “Risico’s en Reserves”, “Ouderen”. en 1 blanco kaartje waarop de deelnemer een eigen idee kan schrijven.

Iedereen mag twee of drie kaartjes neerleggen op de ‘ja doen!’-tafel, en twee kaartjes op de ‘dat nooit’-tafel.

Vervolgens ga je in gesprek over top 5 van meest gekozen onderwerpen: Wat wil je hierover weten? Wat ga je doen met de uitkomsten? Kijk ook wat de meest afgewezen onderwerpen zijn, en vraag reactie.

Optie C: Op zoek naar een opzet

Werkvorm voor nieuwe onderzoeksopzet.

Nadenken over een onderzoeksopzet doe je met elkaar een brainstorm, waarbij dus alles goed is. Dat is op zich nog niet zo spannend. Maar hoe ga je al die ideeën nu tot iets echt anders maken? Met deze techniek:

Bedenk zo veel mogelijk ideeën en deel ze in in de volgende categorieën:

  • simpel: direct toepasbaar
  • nieuw: origineel en uitvoerbaar
  • interessant: niet voor nu maar misschien voor later tot ‘echt gek’

Probeer – zonder te oordelen – in elke categorie zo veel mogelijk ideeën te bedenken, ten minste acht per categorie. Dat kan in duo’s of individueel.

Selecteer twee of drie ideeën per categorie en kijk of je ze kunt samenvoegen tot iets nog beters. Om verder te komen, is het belangrijk dat je voorbij de voor de hand liggende manieren denkt. Hoe meer manieren je vindt om iets te doen, hoe groter de kans dat er iets echt goeds tussen zit.

(Bron: het boek “Lenig denken”, Marenthe de Bruijne en Sigrid van Iersel)